Aandacht

De Coach

Gewetensvragen

Het kind als machientje

Manuel’s week

Home » Regelzucht

Het propfolio

Door op 8 oktober 2005 – 14:00 Geen reacties

Tijdens een college over organisatiecultuur legde ik als docent de focus nadrukkelijk op centrale organisatiewaarden, op betekenisvol organiseren.

Uiteraard kwamen we toen ook te spreken over waarden en normen en het fenomeen van reïficatie, waarbij normen leidend zijn geworden en de oorspronkelijke waarden uit het zicht verdwenen zijn.

Voorbeelden hiervan binnen de onderwijspraktijk zijn er te over. Bijvoorbeeld een student die te laat komt, wijzen op de afspraak: zo laat beginnen we, je kunt nu gaan en volgende week graag op tijd komen. Als docent kun je die student natuurlijk ook direct aanspreken op zijn/haar gedrag en hem/haar confronteren met het feit dat er een onderwijsproces verstoord wordt.

Herkent u in dit verband het volgende voorbeeld? De docent zegt tegen het einde van de les “Tot slot het volgende…”; tegelijkertijd pakt iedereen zijn tas en jas en maakt aanstalten te vertrekken. Menig docent ondergaat deze routine gelaten en beklaagt zich over dit gedrag in de docentenkamer. Collega’s herkennen dit en gaan vervolgens over tot collectief zelfbeklag. Docenten en studenten zijn in een vicieuze cirkel beland.

Over hoe het zo allemaal gekomen is kan veel gezegd worden. Onderwijsvernieuwing wordt vaak als oorzaak genoemd: onderwijsvernieling in plaats van –vernieuwing. Ook de regelzucht vanuit de overheid, accreditaties, enzovoorts hebben ongetwijfeld zo hun reïficerende sporen nagelaten. Toch getuigt het van grote en depressief makende gemakzucht een en ander dan toch maar te accepteren en te vervallen in dat collectieve zelfbeklag. Wat in dit verband vergeten wordt is dat er wel degelijk als individuele docent, en zeker als docententeam, veel moois te doen valt.

Probeer op de eerste plaats eens af te stappen van onderwijsvermoordende toetsingscriteria. Studenten moeten in groepjes bijvoorbeeld een notitie over een bepaald onderwerp schrijven. Die opdracht wordt dan vervolgens voorzien van 24 deelopdrachtjes, die zeker beschreven moeten worden. Want dat zijn onderdelen die echt belangrijk zijn volgens de docent! Studenten beginnen dan om die 24 items te verdelen. Binnen een groepje van 4 is dat gemakkelijk: ieder 6 onderwerpen. De samenwerking eindigt bij taakverdeling en de vervreemding is al bijna een feit.

De percepties van student en docent staan haaks op elkaar. De notities zijn vervolgens niet van zinvolle feedback te voorzien, omdat de samenhang er niet is, elke student slechts een gedeelte van de opdracht heeft gemaakt, ze van elkaar niet weten wat ze precies gedaan hebben, enzovoorts. Kortom, het resultaat is hetzelfde als bij het vorige voorbeeld: collectief zelfbeklag onder docenten en weer minder gemotiveerde studenten.

Een ander voorbeeld: het portfolio! Op zich een prachtig middel, maar de wijze waarop het wordt gebruikt binnen het onderwijs verkracht in veel gevallen de betekenis ervan. Er worden te veel richtinggevende eisen gesteld, waardoor het bijna vanzelf een dood instrument wordt, dat plichtmatig wordt gehanteerd. Bovendien is er vaak ook nog een studiepunt aan gekoppeld.

Studenten vroegen mij tijdens die zelfde les over organisatiecultuur hoeveel artikelen er in het portfolio moesten komen. En of ze bij elk artikel iets moesten toevoegen, een eigen commentaar of zoiets? En uit hoeveel kantjes dat commentaar dan moest bestaan. Ik heb ze uitgelegd dat er zinvolle en zinloze portfolio’s bestaan en dat ze zelf mochten kiezen of ze een zinvol of zinloos portfolio wilden inleveren. Ik stelde één eis: ze moesten op hun portfolio wel duidelijk vermelden of het een zinvol of zinloos portfolio betrof. De zinvolle portfolio’s zou ik voorzien van mijn feedback, de zinloze natuurlijk niet.

Tijdens die zelfde les raadde ik de studenten een artikel aan dat ik op internet had gelezen. Leuk voor in jullie portfolio zei ik nog, bovendien zeker 16 A4-tjes, maakt je portfolio lekker dik. Enigszins ironisch bedoeld legde ik er nog een schepje bovenop door de studenten die er voor zouden kiezen een zinloos portfolio in te leveren dat artikel wel uit te draaien, natuurlijk niet te lezen, maar van de A4-tjes proppen te maken en die dan in een vuilniszak in te leveren. We noemden dit het propfolio. Ik heb na afloop van die module niet één propfolio ontvangen.

Met dit laatste voorbeeld wil ik aantonen dat studenten niet per definitie betekenisloos aan het studeren zijn, maar dat ze wanneer ze adequaat worden uitgedaagd ze zich juist heel graag voor 100% inzetten. Als docent moeten we vooral proberen die vicieuze cirkel te doorbreken door a. echt uitdagende opdrachten te geven, b. studenten aan te spreken als voor hun eigen studie verantwoordelijke volwassen mensen en c. als docent in egoland durven treden.

Het voorbeeld van de studenten die al aanstalten maken te vertrekken als de docent begint met “Tot slot…” moet een vervolg krijgen in de klas en niet in de docentenkamer. De docent zal de studenten moeten aanspreken op hun gedrag. Dat gedrag is onfatsoenlijk en dat pik ik niet. Gegarandeerd dat studenten zo’n opstelling van de docent meer waarderen en zeker beter begrijpen, dan de opstelling van de docent die dit gedrag gelaten ondergaat.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.