Stelling van week 47
Elke week formuleert Regelzucht.nl een uit het leven gegrepen stelling, onder auspiciën van het ministerie van Onzinnige Regels. De stelling van deze week luidt:
Managers zijn ware bronnen van regelzucht: ze inspireren niet, ze hebben geen visie, én zijn vooral procesgericht. Vreemd, want ze zijn bedoeld, en daarom aangenomen om resultaten te bereiken. Zeker, taken en taakjes verdelen kunnen ze goed, maar voor het treden in ‘ego-land’, dus gewoon mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheden, zeggen wat ze moeten doen, en waarom, zijn ze te toch een beetje te bang. Zeg maar: te schijterig! U wordt nadrukkelijk verzocht te reageren!
De primaire taak van managers is ervoor te zorgen dat teamleden niet uit elkaar maar naar elkaar toegroeien. Verschillen tussen medewerkers moeten gebruikt worden. Juist in het mobiliseren van die verschillen zit de kracht van een team, een afdeling, of een organisatie. Om dat te realiseren moet je als manager in ego-land durven treden. Je moet als een soort pseudo-leider boven de partijen zweven, en vanuit je overzicht in inzicht de lijnen uitzetten. Dat kan de huidige manager niet. Of liever: die wil dat niet, en dúrft dat niet. Die speelt het liever spel binnen een klein en bekend speelveld. Safety first: ik heb het proces goed voor elkaar, de roosters kloppen, de functioneringspapieren zijn ingevuld, enzovoort. Eigen carrière verzekerd.
Managers moeten benadrukken dat individuele teamleden van elkaar afhankelijk zijn, dat ze een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben in het realiseren van de team- of afdelingsdoelen. Maar ze doen precies het tegenovergestelde: ze maken regels, stellen protocollen op, maken afspraken, en voeren dus rechtstreekse aanvallen uit op eigen initiatief van medewerkers. Medewerkers kunnen echt wel zelf nadenken, en medewerkers weten heel goed wat de team- of afdelingsdoelen zijn, maar worden ontmoedigd door regelzuchtige haantjes die met plannen lopen te zwaaien. Wie wil er in de commissie voor innovatieve projecten? Wie wil er in de taskforce Klantgerichtheid?
Managers horen visie te hebben, en deze vol verve uit te stralen. Mogen wij u eens vragen of u een manager heeft die visie uitstraalt, die zogezegd ‘kloten’ heeft, die ‘ervoor gaat’ (om maar eens voor de uitzondering dit vreselijke organisatiejargon te gebruiken), of die een lichtend voorbeeld is? Nee? Dan is uw manager vast zo’n onuitstaanbare regelneef. Type regelnicht: auto staat op zich goed, op de juiste plek, zelfs binnen de lijntjes, maar ja, net even te lang. Dat zijn dure tien seconden.



Ik onderschrijf de stelling van harte: De kern van de problematiek staat volgens mij al duidelijk aangegeven in het boek(je) Intensieve Menshouderij van Jaap Peters en Judith Pouw. In het eerst hoofdstuk leggen zij de babylonische-management-spraakvewarring uit:
De meetbare wereld
“Waar vakmanschap ontbreekt, krijgen kengetallen steeds meer nadruk. We willen het liefst alles in de gaten houden om indien nodig in te grijpen. De gedachte ‘meten is weten’ wordt daarbij vervangen door ‘meten = weten’. Op het eerste gezicht lijkt dit hetzelfde. Het woord ‘is’ is slechts vervangen door het symbool ‘=’. Er is echter een subtiel verschil, en dat heeft te maken met de richting van de redenering. Door het symbool ‘=’ te gebruiken, geldt de bewering van twee kanten: ‘meten is weten’ en ‘weten is meten’. Terwijl de uitspraak ‘weten is meten’ niet op gaat, want weten bestaat immers uit meer dan louter meetbare zaken.”
Afgelopen zomer zat dit boekje in m’n reisbagage en leverde mij op elke pagina wel een herkkenning op uit mijn eigen training en advies praktijk (ook als werknemer).
Zucht. Het is waar. Veel managers sturen maar wat aan vanuit regels. Sommigen presteren het ze op een A4-tje, ze dan uit te delen, en te zeggen: vanaf morgen gaan we je erop afrekenen. Terwijl ze gisteren nog een babbeltje en een bakje deden met hun ‘verdachten’. Ik schreef al eerder dat ik het vooral onkunde vind. Men is niet bij machte om mensen via gesprek het werk te laten doen. Dan komen de regels. En de e-mails met gespierde taal.
Waar is de manager die tot doel heeft zijn eigen baan op te heffen? Die ‘zijn’ mensen een spiegel voorhoudt, hen inzicht geeft, hun eigen initiatief koestert, hen motiveert en na gebleken succes loslaat? en zelf vervolgens vertrekt?
Management functies worden met een doel in het leven geroepen en vervolgens in stand gehouden door de managers zelf.
Welke politieke partij realiseert zijn beleidspunten en heft zichzelf daarna op? Welke partij haalt de schouders op na een verkiezingsnederlaag en zegt: “ok, blijkbaar hebben we niet genoeg steun voor onze standpunten, we kappen ermee”?
Goede managers maken zichzelf overbodig, en zullen steeds verder klimmen naar uitdagender banen. Managers die hun plekje koesteren zijn per definitie geen managers. In het meest positieve geval zijn zij spreekbuis/doorgeefluik. In de ergste gevallen zijn zij naar beneden en naar boven aardige mensen maar vormen zij een bedrijfsgevaarlijke barricade tussen directie en werkvloer.
Zeer herkenbaar. Deze week las ik in het NRC dat het Ministerie van OCW ‘aan de slag gaat’ met de 6e reorganisatie binnen 10 jaar (reorganisatie 5 is nog niet afgerond overigens). Dat is 1 reorganisatie per 2 jaar. Dat lijkt meer op een uit de hand gelopen hobby dan op een weldoordacht stukje beleid. De toelichting staat bol van de management-speak. ‘De mensen hebben een hekel aan veranderingen, men gaat de organisatie kantelen, het aansturen van de organisatie, ambtenaren mogen niet langer dan twee jaar op dezelfde post zitten want anders roesten ze vast, en de bekende term ‘afrekenen’ (bekend uit het criminele circuit) komt natuurlijk ook aan bod.’ Wat het allemaal betekent in termen van leercurve, ervaring, historisch besef, inspiratie, loyaliteit, klanten- en productkennis, effectiviteit en efficiency komt niet aan de orde. Het verbaast mij niets dat je met zo’n korte scope, als werknemer lastige problemen maar beter laat liggen, want binnenkort doe je toch iets anders. Een professional beklaagde zich laatst, dat hij tien jaar geleden 20% en nu 50 à 60% van z’n tijd aan het administreren was. Hij had zich er bij neergelegd. Dat is eigenlijk het trieste van de hele geschiedenis. Dat goeie mensen zich op den duur neerleggen bij deze situatie en kennelijk niemand meer vragen stelt. Als ik dat verhaal over OCW lees denk ik ‘je moet je toch afvragen of je onderweg niet ergens verkeerd bent afgeslagen’ met 1 reorganisatie per twee jaar. Maar helaas. Dat krijg je als ‘waarom vragen’ stellen ten koste gaat van je carrière. In onze praktijk (wij zijn gespecialiseerd in het coachen van mensen van 40 en 50 plus) worden wij regelmatig geconfronteerd met dit soort verhalen over slecht management. Managers zien het kennelijk als hun primaire taak om te reorganiseren en zoeken na drie jaar een andere ‘uitdaging’. Ik denk dan (heel gemeen) omdat na die periode blijkt dat je inspanningen niet zo succesvol waren. Het kan toch niet het doel van een werknemer zijn om zijn manager aan werk te helpen. En toch, in de praktijk lijkt het daar vaak wel op…
Een manager kan nog zoveel kloten hebben maar de regelzucht, procedures, klantvriendelijkheid, competentiemodellen, marktcomform werken en dergelijke zaken drukken die zelfde manager in een hoek. Al die zaken worden dom weg opgedragen door mensen die nooit enige poot hebben uitgevoerd op de werkvloer en alleen maar in papieren denken (MT, DT, OR enz)en de manager mag dit uitvoeren. Zet hij deze lijn uit dan zit hij de hele dag in een papierwinkel en wordt dan afgerekend door hen omdat het niet loopt op de werkvloer. En besteed hij aandacht aan de werkvloer dan krijgt hij het ook op zijn bordje omdat de papieren dan achterblijven. Ja en MT,DT, OR en andere hogere willen werkrapporten, weekverslagen, maandverslagen, werkplannen, begrotingsbudet, onderhoudsplanning, jaarplanning,verslagen van alle overleggen en niet te vergeten procedures en certificeringen zoals ISO of INK. En zo is de manager altijd diegene die de klappen mag opvangen en komen ze niet van rechts danwel van links, nee manager zijn lijkt makkelijk maar je moet eerder verslaafd zijn aan klappen dan aan complimenten. En dat zien wij in dit stukje van u ook terug, dat is duidelijk bedoelt om de manager in een hoek te zetten.
Gegroet
Robert
Wie wil er dan nog manager zijn? Ik zou bijna medelijden krijgen met managers, die zo moeten lijden onder regelzucht van boven en die deze dan verplicht door moeten geven naar beneden. Veel regelzucht komt van boven, is bedacht door lieden die geen notie hebben van wat zich op de werkbloer afspeelt. Die middenmanager is geen knip voor de neus waard als hij (of zij) deze regelzucht dan naadloos vertaalt naar beneden. Een manager met kloten zal zich als hitteschild opstellen, die zal zich niet verschuilen achter het hogere management. Als die nl. niet weten wat zich afspeelt op de werkvloer, die midden-manager toch wel mag ik hopen. Je hebt overigens wel erg gelijk, Robert, want in feite illustreer je gedrag van hoog tot laag, waarbij iedereen zich verschuil”: “Sorry, ik kan er niets aan doen”. PS Het gaat ons niet om het aantal kloten…
Bij onze leiders wordt een gebrek aan sociale vaardigheden uitvergroot in hun functie. Ik ben van mening dat we voor die vaardigheden helemaal terug moeten naar het basis -en vervolgonderwijs.. dáár moet het gedrag van onze toekomstige leiders èn van onze medewerkers (“volgen” is ook een kunst !) van de toekomst worden gevormd. Leiders met natuurlijk talent zijn zeldzaam tenslotte.