Aandacht

De Coach

Gewetensvragen

Het kind als machientje

Manuel’s week

Home » Stelling van de week

Vakbonden zijn onuitputtelijke bronnen van regelzucht

Door op 15 januari 2006 – 16:58 3 Reacties

Stelling week 3: vakbonden zijn onuitputtelijke bronnen van regelzucht

Elke week formuleert Regelzucht een uit het leven gegrepen stelling, onder auspiciën van het ministerie van Onzinnige Regels. De stelling van deze week luidt: Vakbonden zijn onuitputtelijke bronnen van regelzucht. U wordt nadrukkelijk verzocht om – al dan niet aangesloten – te reageren.

Het is dat het niet mogelijk is, maar vakbonden zouden het liefst alles willen regelen. Of dicht timmeren zoals dat in jargon heet. Gevoed door een al dan niet gezond wantrouwen jegens overheid en werkgevers.

Als het aan het CNV ligt, wordt in 2006 ‘plezier in het werk’ verankerd. We citeren CNV-voorzitter René Paas: ‘Wij leven met een merkwaardig paradigma: Wie jong is, wordt gelukkig van werken, wie de zestig nadert wordt steeds ongelukkiger van werken en moet er dringend mee ophouden. Het Zwitserlevengevoel is dat je niet werkt. Dat is blijkbaar een hogere orde geworden. Een orde die mij niet zint.’

Wapen in deze nieuwe strijd wordt ‘leeftijdbewust personeelsbeleid’ en een bijeenkomst waarin een boekje over plezier in het werk zal worden gepresenteerd. Hier zal vermoedelijk geen enkele werkgever van wakker liggen. Temeer omdat tevreden werknemers beter presteren, dus meer geld in het laatje brengen. Het venijn van Paas zit echter in de staart. Tussen de regels door wordt duidelijk dat het management voor een groot deel verantwoordelijk is voor het weinige plezier dat mensen in hun werk hebben. ‘Slechte chefs zijn een nationaal probleem. Tot nu zijn ze geen brandpunt in onze activiteiten. Dat gaan we veranderen: goede en slechte bazen krijgen van ons het komende jaar de aandacht die ze verdienen.’

Maar nu wordt er in menig directiekamer een wenkbrauw gefronst. Slechte chefs. Niet zomaar een probleem, maar een nationaal probleem. Dat elk vorm van werkplezier bij voorbaat frustreert. Nu snappen we dat goede arbeidsvoorwaarden belangrijk zijn, of dat een loonsontwikkeling die minimaal de inflatie bijhoudt niet onredelijk is. En dat je dat kunt en moet regelen. Maar plezier? Of een slechte chef? Dat zijn toch echt heel subjectieve zaken die bovendien niet toetsbaar zijn. Laat staan te regelen. Of, zoals Judith Mair het zegt: ‘Het kantoor is geen pretpark.’ En de chef geen gastheer.

Het CNV vindt het FNV aan haar zijde. Ook deze bond gaat op de bres voor plezier in het werk, alleen formuleert voorzitter Agnes Jongerius het wat anders: ‘Niet angst en onzekerheid, maar vakmanschap, trots en zelfvertrouwen. Werk moet een oranjegevoel geven aan werknemers. Kicken is mijn credo.’ Gevolgd door een nieuwe invulling van ondernemerschap: ‘Veel, zo niet alle maatschappelijke problemen moeten we oplossen met ondernemerschap, zo klinkt het alom. Is de kwaliteit van de overheid onder de maat, dan volgt een pleidooi voor ondernemerschap. Als werkgevers allochtonen of arbeidsongeschikten niet aannemen, moeten ze ondernemer worden. Functioneren werknemers niet zoals de leiding het wil, dan moeten ze maar ondernemers van hun eigen loopbaan worden.’ Dus ook hier is het de ‘baas’ die het probleem vormt. Niet als nationaal probleem, maar wel als iemand die werknemerschap van zijn franje ontdoet, In de woorden van Jongerius: ‘Er is niets mis is met het werknemerschap. Werknemer zijn deugt!’

Maar goed, de bonden kennende zullen deze vrolijke nieuwjaarsspeerpunten ongetwijfeld in de vorm van nieuwe regels en protocollen gestalte gaan krijgen. Een woord is niet voldoende, het moet geregeld worden. Dus er moet minimaal een uitputtend document komen dat plezier in het werk borgt, en dat ons nationale probleem, slechte chefs, definitief naar de ondernemingsannalen verwijst. Ondertekend natuurlijk door alle partijen, liefst gehuld in oranje klompen en oranje cape, getooid met oranje hoofddeksel (vrije keuze, zolang het maar niet de veelbesproken oranje soldatenhelm is),  en oranje opblaasknuppel dapper aan de broekriem, want ook oranjegevoel moet je goed regelen. 

 

In de woorden van Gert Jan Droge: ‘Benieuwd wat ze volgend jaar weer gaan regelen.’

3 Reacties »

  • Björn van Vliet zegt:

    “Maar plezier? Of een slechte chef? Dat zijn toch echt heel subjectieve zaken die bovendien niet toetsbaar zijn. Laat staan te regelen.”

    Pierre, met het belangrijkste deel van dit citaat ben ik het eens. Dat plezier en goede chefs moeilijk te regelen zijn. Vooral te complex, mede omdat het subjectief is inderdaad. Maar, ik denk wel dat het te meten is, het is moeilijk maar wel te doen. En als het belangrijke concepten zijn moet een poging tot toetsbaarheid toch minimaal gewaagd worden. Er zijn wetenschappelijke auteurs die het op redelijk objectieve wijze hebben over bijvoorbeeld ‘flow’: Mihaly Csikszentmihalyi. Op zijn minst interessant.

    Zodra het geregeld gaat worden is het al niet goed meer. Dat is ook mijn idee bij deze, in mijn ogen, toch wel zinnige intenties.

  • melchers docent zegt:

    Vakbonden zijn overblijfselen van de second wave (Toffler) ofwel de industriele golf. Hun spel in de traditionele zin is uitgespeeld omdat het paradigma van uitbuiting door de werkgever door de werknemer reeds lang is overleefd. Het nieuwe accent ligt op kennismanagement, waarmee de natuur van de arbeidsrelatie zich ingrijpend wijzigt. Het gaat nu niet langer over ‘harnassing the force of labour, maar eerder over het ontwikkelen van de potenties in de mens. Dat vraagt om een geheel andere wijze van benadering.
    Traditionele vakbonden worden daarom met uitsterven bedreigd. Een reactie van machthebbers op een erosie van hun machtspositie is vaak het grijpen naar klassieke beheersinstrumenten; controle en regelgeving behoren daartoe. Als metafoor kan men het stoplicht gebruiken, dwz. gebods- en verbodsregels, waarmee de relatie in een bepaald spoor wordt gedwongen (binnen bepaalde perken wordt gehouden). De moderne tijd heeft meer behoefte aan het faciliteren van het keuzeproces met de rotonde als metafoor (ontleend aan Herman Wijffels). Het ontwikkelen en bundelen van hersenkracht laat zich niet afdwingen.

  • Patriek Huughe zegt:

    Vakbonden zijn een antagonisme geworden. Ik heb inderdaad de indruk dat ze kunstmatig de achterhaalde tegenstellingen werknemer-werhgever in leven houden om hun bestaansrecht te blijven motiveren.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.