Aandacht

De Coach

Gewetensvragen

Het kind als machientje

Manuel’s week

Home » Stelling van de week

Regels zijn noodzakelijk voor het gebruik van moreel-ethische argumenten.

Door op 5 februari 2006 – 12:37 8 Reacties

Stelling week 6: Regels zijn noodzakelijk voor het gebruik van moreel-ethische argumenten.

Elke week formuleert Regelzucht een uit het leven gegrepen stelling. Deze week luidt de stelling: Er moeten regels komen voor het gebruiken van moreel-ethische argumenten. U wordt nadrukkelijk uitgenodigd – al dan niet op basis van moreel dan wel ethische gronden – te reageren.

Je hoort politici er niet veel over. Waarover? Nou, over besluiten die men neemt op basis van moreel-ethische gronden. Tóch schijnt het te gebeuren. Zo nu en dan. Bijvoorbeeld nu: komende week bijvoorbeeld wordt bekend dat de ‘Goudstikkers’ toch worden teruggegeven aan de erfgenamen van de verdronken kunsthandelaar. Donner zal dan benadrukken dat de teruggave vooral is gebaseerd op moreel-ethische en niet op juridische gronden. De erven Goudstikker moeten dit gebaar van Donner dus als een gunst zien? Of worden moreel-ethische gronden standaard opgenomen in besluitvormingsprocedures? 

Donner heeft Medy van der Laan huiswerk meegegeven: Nu zit er een batterij juristen op een formulering te broeden die de moreel-ethische motieven juridisch waterdicht moet timmeren. Normaal hebben ze in het Den Haag niet zo op moreel-ethisch gedoe. Dat is namelijk gedoe! Met Donner voorop. Herinneren we ons nog zijn Koninklijke ingrijpen in de nasleep van de Schipholbrand: de gemeente Haarlemmermeer wilde de ondeugdelijke brandgevaarlijke tent sluiten, maar Donner besloot anders.

En herinneren we ons nog de zaak die de nabestaanden van een bij die brand omgekomen Libiër – die hier trouwens legaal verbleef: tot aan de Raad van State heeft justitie zich verzet tegen een ‘schadeloosstelling’ van Є 77,- per dag. Justitie heeft die zaak trouwens gewonnen. Wat recenter schoot Donner weer met zwaar geschut op verontruste bewoners van Schinveld die bomenkap een forse stap te ver vonden gaan. Dan zou namelijk de wettelijke geluidslimiet door landende en opstijgende AWACS-toestellen niet alleen nog meer overschreden worden, maar aan het ondraaglijke gaan grenzen. Om de gangbare procedures te ontlopen, werd besloten een Koninklijk Besluit.

Zo stapt Donner als een Gelaarsde Moreel-Ethicus door zijn eigenhandig juridisch dichtgetimmerde land. Soepeltjes, want als het even van pas komt, baseert hij zich op moreel-ethische gronden. Zo nu en dan, wanneer het hem uitkomt. Opportunisme fier in het vaandel, meten met twee maten in het holster.

Vandaar de stelling van deze week: er moeten regels komen voor het gebruiken van moreel-ethische argumenten of motieven. Misschien zou de stelling moeten worden aangevuld met ‘zolang rechtlijnige Calvinisten als Donner en Balkenende aan het landsroer staan’.

8 Reacties »

  • Regels hebben maar beperkt effect. Ze kunnen genegeerd worden of men kan er een eigen spel mee spelen (“die regel gaat niet over deze situatie”). Belangrijker is om iets ouderwets als “fatsoen” of “moreel besef” te bevorderen. Kijk maar naar het verkeer. We hebben verkeersregels, maar er zijn twee motieven van waaruit we ons daar aan houden, te weten toezicht en verantwoordelijkheidsgevoel. En omdat toezicht lang niet overal mogelijk is, komt de nadruk te liggen op verantwoordelijkheidsgevoel. De meeste mensen hebben dat ook wel. Met regels loop je het risico ddat je daar de nadruk van af haalt en dan wordt het er niet beter op.

  • Martin Swinkels zegt:

    We praten hier over het gebruik van moreel-ethische argumenten, als afwijking van de regel. Dat is vergelijkbaar met de ‘hardheidsclausule’ die soms in regelingen opgenomen is. Onder andere de Wet Studiefinanciering 2000 kent zo’n clausule. Die clausule biedt de mogelijkheid om van de regels af te wijken als deze in een bijzonder geval buitengewoon onbillijk blijken uit te pakken.

    De essentie van zo’n hardheisclausule (oftewel van het gebruik van moreel-ethische gronden) is dat de menselijke maat niet uit het oog verloren wordt. De regels worden niet gezien als doel op zich, maar als een middel waarvan in *bijzondere* gevallen kan worden afgeweken. De mogelijkheid tot het gebruik van moreel-ethische argumenten houdt automatisch in dat het gezond verstand uiteindelijk mag zegevieren boven de kille letter van de wet. Het is dan ook volslagen onzin om vervolgens weer in regels te gaan vastleggen wanneer je van de regels mag afwijken.

    Een hardheisclausule is een nederige bekentenis van de opsteller van de regels waarmee hij toegeeft dat hij onmogelijk in alle denkbare situaties kan voorzien, en waarmee hij daarom een klein beetje ruimte laat voor het gezonde verstand en de menselijke maat.

    Door vervolgens weer regels te maken voor het toepassen van de hardheidsclausule, draai je de boel om en haal je de essentie eruit. Je gaat er dan vanuit dat de regelmaker in zijn oneindige wijsheid vooraf kon voorzien wanneer de regels niet goed bruikbaar zouden zijn.
    In een wereld zo complex als de onze, is dat een onzinnige aanname.

    Wat mij betreft zijn regels vooral een noodzakelijk kwaad. Een minimale hoeveelheid regels heb je al snel nodig als veel mensen met verschillende belangen met elkaar moeten samenwerken. De hoeveelheid regels die er bovenop dat minimum nog nodig is, hangt af van de mate van onderling vertrouwen. In de bijstandswet zijn voorzover ik weet geen serieuze mogelijkheden om van de regels af te wijken. Er komen vooral steeds regels bij omdat de wereld om ons heen dynamisch is, en omdat mensen zo vindingrijk zijn (de ‘calculerende burger’). De wetgever vertrouwt de uitvoerende medewerkers niet en is doodsbang dat ambtenaren hun gezond verstand gebruiken om zelf te bepalen wie een uitkering nodig heeft en wie niet. En zelfs de uitkeringstrekkers mopperen wel, maar zijn toch opgevoed in het (onjuiste) besef dat het alternatief zeker uit den boze is. Want wie is zo’n ambtenaar nou helemaal dat hij bepaalt of ik een uitkering nodig heb of dat er best genoeg werk voor mij is? Dan maar liever allemaal veilig verscholen achter regeltjes. ‘Niemand kan er wat aan doen, het is de schuld van de regels’.
    Het wantrouwen leidt echter tot een vicieuse cirkel van nog meer regels en nog meer wantrouwen en tot totaal ontmenselijkte systemen. Wie wel eens met het UWV te maken heeft gehad, weet hoe Kafkaësk orgisaties worden, als ze uitsluitend gebaseerd zijn op regels en niet op gezond verstand.

    In dit verband verwijs ik graag naar het boek De Intensieve Menshouderij van Jaap Peters.

  • melchers zegt:

    Het is onderzocht dat organisaties (dus ook de maatschappij) met een te veel aan regels niets oplost eerder het tegenovergestelde. De hoeveelheid regels versterkt een illusie, n.l. dat het nu allemaal ‘geregeld’ is. In feite is het probleem alleen maar verschoven.
    Er zal een afweging gemaakt moeten worden tussen het belang en de effectiviteit van enerzijds regelgeving en anderzijds moreel besef. In mijn denken zou moreel besef zeer hoog moeten staan en regels zo laag mogelijk.
    De nog immer opdoende geldigheid van schaalvergroting, b.v. door gemeentes samen te voegen maakt de contactafstand tussen bestuurders en de bestuurden groter. Moreel besef daarentegen zou juist vereisen een inniger contact.
    Wij zijn in Nederland nog niet uit de vraag hoe wij een gezondere democratie ontwikkelen en op welke wijze de alternatieve communicatiemiddelen van de moderne tijd (SMS en internet) daarin een functionele plaats kunnen vinden. Ik denk maar steeds aan het Zwitserse model, waar bij tijd en wijle volksbijeenkomsten worden gebruikt om de stemming te peilen. Dat is wat anders dan stemming maken, waarin onze huidige hedonistisch gerichte maatschappij wel lijkt uit te blinken.
    Bovenstaande houdt niet in de stelling dat wij qua inhoud van het moreel besef terug moeten naar vroeger. Ook de inhoud dient te evolueren. Echter, gedogen moet niet betekenen, dat wij niet meer in staat zijn te werken aan moreel besef, dwz. dat gedogen betekent ‘laat maar lopen’. Wel zou gedogen kunnen betekenen dat wij meer ruimte hebben voor onderling respect. Maar de grondregels moeten iedereen duidelijk zijn. Levert onze grondwet nog wel deze basisregels?

  • Joop Remmé heeft groot gelijk als hij zegt dat regels opleggen weinig effectief is. Regels moeten gedragen worden door het eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Maar in de stelling zit mijns inziens een schijntegenstelling. Vrijheid (en dus ook de ‘vrije markt’!) kan alleen maar bestaan binnen een context van regels die die vrijheid mogelijk maken. En omdat dus, het lijkt wat paradoxaal, vrijheid alleen maar kan bestaan als die vrijheid wordt ingeperkt door regels, is er altijd een soort spanningsveld tussen regels en het ervaren van vrijheid. Maar het is wel belangrijk dat we er ons bewust van zijn dat we regels nodig hebben om vrij te kunnen zijn, en dat we regels nodig hebben om de vrije markt optimaal te kunnen laten werken. En die regels hebben allemaal een morele component, al is dat dan soms in positieve zin (als het goede regels zijn), soms negatief (als het slechte regels zijn). De stelling creëert derhalve een schijntegenstelling tussen regels en moraal. En creëert daarmee een oneigenlijke discussie. Laten we ons liever afvragen, zoals Joop Remmé eigenlijk al aangeeft, hoe we in de maatschappij, in organisaties en in de vrije markt, de regels kunnen door laten werken in een toename van verantwoordelijkheidsbesef. Want daar zijn maatschappij, organisaties en vrije markt (en ons gevoel van vrijheid in het algemeen) het meest bij gebaat.

  • Lenin Strawskim zegt:

    Het verbaast me regelmatig weer dat er in dit soort discussies mensen deelnemen die de originele stelling maar half gelezen of begrepen hebben. Een opmerking als “regels hebben allemaal een morele component” (Winkler) slaat volgens mij compleet de plank mis. Sterker nog , het is een volstrekte open deur die voorbij gaat aan de vraag wat er moet gebeuren als bestaande regels, ondanks hun morele component , niet toereikend zijn. Moet je er dan van kunnen afwijken? En zo ja in welke gevallen, en kun je dat opnieuw formaliseren m.b.v. regels?

    Ook Melchers maakt er m.i. een potje van en redeneert vrolijk een hele andere kant op zonder inhoudelijk op de vraag in te gaan, om tenslotten de discussie compleet het bos in te sturen met een vraag over de grondwet.
    Is het nu zo moeilijk om eerst even goed na te denken voordat je reageert?

  • Pierre Winkler zegt:

    “Is het nu zo moeilijk om eerst even goed na te denken voordat je reageert”, zegt Strawskim. Tsja, daargelaten dat ik de toon niet erg constructief vindt, moet ik zeggen dat ik juist in mijn tekst heb willen aangeven dat de vragen die Strawskim stelt irrelevant en dus zinloos zijn. Het spanningsveld is er gewoon, regels zijn op een zeker moment niet meer toereikend en afwijkingen van regels en herformuleringen vinden continu plaats. Lees, Strawskim, lees goed, en probeer reacties met een dergelijke toonzetting te vermijden. Niet voro mij, maar juist om de discussie echt verder te helpen.

  • Lenin Strawskim zegt:

    Dan zal ik mijn kritiek op Winkler wat nuanceren. Ten eerste vind ik het vreemd om de oorspronkelijke vraagstelling tot “niet relevant” te verklaren. De vraag ligt er namelijk gewoon en het is wel degelijk een omstreden punt of Donner nu wel of niet op deze manier een besluit kan nemen. Oftewel moet een minister op eigen initiatief de regels opzij kunnen schuiven op morele gronden, of niet? Een vaag antwoord als “regels door laten werken in een toename van verantwoordelijkheidsbesef” is mooi voor op een tegeltje aan de muur, maar beantwoordt simpelweg de vraag niet.

  • Gerald Flapper zegt:

    Hierbij een reactie die de discussie een andere kant laat belichten. Volledigheidshalve: “er moeten regels komen voor het gebruiken van moreel-ethische argumenten of motieven”, dat is de stelling. Mijn antwoord: jazeker! Maar niet om te bepalen wanneer je ze zou moeten gebruiken, wel hóe je ze zou moeten gebruiken. Mijn voorstel is nauwkeurig te bepalen wat ‘moreel-ethische’ afwegingen zijn. Ã?ls de bepaling op zou leveren dat ‘morele afwegingen’ afwegingen zouden zijn waarin recht gedaan wordt aan de belangen, rechten en wensen van álle betrokkenen, dan lijkt het me uitstekend als Donner op die manier tot besluiten komt. (Uit de inleidende tekst kan ik dat nog niet afleiden!). Tegelijkertijd verplicht het hem ook tot iets anders, namelijk een uitleg dat de bestaande wet- en regelgeving onvoldoende houvast bieden voor een moreel juiste beslissing en vervolgens een transparante en eenduidige toelichting op de wijze waarop hij de morele afweging heeft gemaakt. Binnen de Nederlandse en gemeentelijke overheid en in opleidingsinstituten als de Universiteit voor Humanistiek wordt volop gewerkt met en aan (het verder ontwikkelen van) handvatten om tot dergelijke besluitvorming te komen (in het kader van integriteit). Het zou Donner sieren als hij met groot verantwoordelijkheidsgevoel promotor zou zijn van dergelijk gedachtengoed. Dat hij daarmee van regels afwijkt (Swinkels, hardheidsclausule) is voor mij niet erg relevant: elk besluit dat hij neemt is een interpretatie van regelgeving, met hooguit een meer of minder ruime opvatting ervan en met altijd een keuze uit (soms zelfs tegenstrijdige)toepasbare regelgeving; van belang is echter vanuit welke opvatting de ruimte ingevuld wordt. Nogmaals, een morele opvatting zou m.i. moeten zijn dat hij daarmee recht doet aan de belangen van alle betrokkenen.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.