Modern times
Een mooie improvisatiesketch die me altijd bijblijft, is de volgende. Het publiek schrijft op verschillende papiertjes zinsfragmenten die men de laatste tijd in het voorbijgaan van deze en gene heeft opgevangen. Dat kan van alles zijn: ´Maar toen was íe niet thuis´, ´en hij kan van mij de bietenbrug op´, ´hallo zeg mooi niet!´, ´okéééééééééé´. Ze komen terecht in een hoge hoed. Vervolgens starten een aantal spelers een scène, waarbij ze met enige regelmaat willekeurige zinsneden opdiepen. Het levert hilarische momenten op. Ook leuk tijdens het avondeten.
Deze improvisatievorm schiet me te binnen als ik tijdens een receptie de volgende dialoog opvang: ´Ik heb je gebeld, maar ik kreeg je niet te pakken. Ik bel je nog wel.´ Voor de goede orde. Ze staan naast elkaar. Ik krijg de neiging om mijn gesprekspartner een e-mail te sturen om daarin te vertellen wat ik nu wil zeggen. Of later een e-mail te sturen en dan te bellen of deze is aangekomen. Dat schijnt tegenwoordig regelmatig voor te komen. Even later, in gesprek met een echtpaar, kan er weer eentje zo in de hoge hoed. ´We vinden het een goed programma´, zegt de man. Verbaasd vraag ik me af of hij altijd in meervoud over zichzelf spreekt – koninklijk bloed door de aderen? – als zijn naderende vrouw, terugkomend van toiletbezoek, opmerkt: ´En we trekken nu onze jassen aan.´
´Laten we bellen dat we eraan komen´, zegt de man, terwijl ze de oprit van zijn ouders naderen. ´Welke van de drie 06-nummers zullen we nemen?´, antwoordt zijn partner, ‘Omkeren, omkeren´; roepen de kinderen van de achterbank. Eentje is zijn mobieltje vergeten. Terwijl de ouders als instinctieve reactie hebben dat zij dat toch de eerste 40 jaar van hun leven ook hebben gered zonder in paniek te raken, draaien ze vervolgens om op hem op te halen.
Ongemerkt zijn er van die modernismen ingeslopen. Belt u ook al om te zeggen dat u er aan komt en heeft u ook elke dag even de behoefte iemand te melden waar u bent, waarheen u op weg bent en hoelang het waarschijnlijk zal duren voor u uw bestemming bereikt. Elke keer als ik in de trein zit, bekruipt deze neiging me; omdat ik anders het gevoel heb dat ik er niet helemaal meer bijhoor. ´We maken een afspraak, wanneer kun jij?´ Een half uur later is de afspraak gemaakt voor tweeëneenhalve maand verder. Voor we het weten zijn we gediagnosticeerd als A.A.A.D.D-ers. Welke afkorting staat voor Age Activated Attention Deficit Disorder.
Dit zijn de symptomen: Ik beslis om mijn studeerkamer schoon te maken, vertrek richting souterrain en zie de post op de deurmat liggen. Oké, ik ga de studeerkamer schoonmaken. Maar eerst toch even de post doorbladeren. Ik leg de schoonmaakspullen even op een kastje, filter de reclamefoldertjes uit de hoop post en zie dat de papierbak vol zit. De vuilnisbak trouwens ook. Dus ik leg de rest van de post, waaronder enkele rekeningen, op dat kastje en wil de vuilnisbak buiten gaan zetten. Of nee, toch eerst nog vlug de rekeningen betalen. Waar liggen trouwens die overschrijvingsformulieren Oeps, ik heb er maar 1 meer…
Dit kan trouwens ook via internetbankieren. Even de computer opstarten. Is opstarten eigenlijk wel een bestaand woord of is het een contaminatie van opnieuw beginnen en starten? Gelijk even googlen. Wat is dat nou? Mijn computer hapert, wat is dat voor een mededeling op mijn scherm, nooit van gehoord. Even een vriend bellen, die hier goed in thuis is. Of ik zin heb even langs te komen, dan kunnen we meteen…
Aan het eind van de dag is het resultaat een fragmentarische hoge hoed vol gebeurtenissen. Wacht, de telefoon gaat. Waar ik blijf? Hoezo, oh die afspraak ben ik helemaal vergeten. Ik kom eraan. Ik wil mijn autosleutels pakken en grijp mis. Eh…


