Wie is er de baas? Ministers of ambtenaren?
Het is al lang bekend, maar de ambtenarij is een erg machtig fenomeen. Dat was bijvoorbeeld de Dienst Publieke Werken van Amsterdam in de jaren ‘60, die per sé de Bijlmer wilde verwezenlijken en dwars tegen alle adviezen in hun zin doordreven: die Bijlmer hadden ze nu eenmaal gepland en dan zal die er komen ook. Een ambtenaar zei destijds gekscherend (?) tegen de toenmalige wethouder Han Lammers: ‘U kunt hier vier jaar wethouder zijn of acht jaar, maar in het denken van Stadsontwikkeling blijft u een incident.’ Is onze regering dan ook een incident?
Waren al die ministers van Verkeer en Waterstaat dan ook incidenten? Je zou het haast zeggen als je alleen al naar het fiasco van bijvoorbeeld de Betuwelijn kijkt. Rutte lijkt ook een duidelijke incident-exponent te zijn. De hele wereld die iets met onderwijs heeft, erbij betrokken is, er verstand van heeft, is het niet eens met de leerrechten die Rutte wil gaan invoeren. Neem alleen al de effecten op de bureaucratie in het onderwijs – Rutte wil nota bene een bureaucratienorm invoeren: Berenschot heeft berekend dat de kosten voor bureaucratie met 73,5 miljoen euro zullen stijgen.
Kijk eens naar de capriolen van de Donners en de Balkenendes in dit kabinet of de acties van Karla Peijs – I love Karla – en kijk eens hoe Maria van der Hoeven 100.000.000 euro uitgeeft aan leerplichtambtenaren om vroegtijdige schooluitval tegen te gaan. Dit zijn geen bewindslieden! Ze voeren uit wat hun ambtenaren hebben bedacht. Al jaren voordat de bewindspersoon het bewind ging voeren hadden ze die plannetjes al klaar.
Ministers en staatsecretarissen stappen in een rijdende ambtenarentrein. Een langzame trein, maar wel eentje die precies dáár aankomt waar de bestuurder ervan, de ambtenarij, wil dat ie aankomt. Hebben verkiezingen nog wel zin?


