Revolutie binnen vakcentrales bittere noodzaak
Een maand geleden kreeg Judith Ploegman van FNV Jong een zetel in de Sociaal-economische Raad (SER). Zij is het eerste lid dat zich bij de SER expliciet inzet voor de belangen van jongeren. Een bittere noodzaak, zeker door het vergrijzende bestand van de gevestigde bestaande vakcentrales.
Het is het alom bekende verhaal: het ledenbestand van vakbewegingen vergrijst, jongeren worden steeds minder lid van een bond als het FNV of CNV. Vorig jaar werd uit onvrede het Alternatief voor Vakbond (AVV) opgericht door enkele intellectuele leden van de grootste bond van overheidspersoneel, Abvakabo FNV. De oorzaak hiervan was de onvrede van de voorzitster van de bond, Mei Li Vos en enkele medestandsters, over het gesloten akkoord over de vut-regeling. Dit akkoord hield in dat alle ambtenaren (inclusief jongeren die nooit van de regeling gebruik gaan maken) zeventien jaar lang 3,75 procent moeten betalen om de vut te redden voor ambtenaren van boven de 56. Kees Tamboer luidde in een artikel van het Parool afgelopen maart al de noodklok. Zijn boodschap: Laat de SER en de politiek wakker worden. Het ontstaan van de AVV is een direct gevolg van het vergrijzingsdebat. Zorg dat je als SER je geloofwaardigheid niet verliest door het doodzwijgen van deze vakbond en diens standpunten.
Nu heeft de SER dus een zetel ingeruimd voor Judith Ploegman van FNV jong. Maar wat doet FNV Jong nu eigenlijk? Het is een netwerk voor leden van FNV bonden die jonger zijn dan 35. In haar openingsspeech bij de SER betoogde Ploegman dat ze blij is dat jongeren nu ook een stem krijgen in de SER en dat ze niet alleen punten zal aandragen die in het belang van jongeren zijn, maar ook dat ze thema’s vanuit het oogpunt van jongeren zal verdedigen, zoals bijvoorbeeld de vergrijzing. Bravo! De SER heeft het signaal van Tamboer opgepikt. Maar kunnen jongeren nu op hun lauweren rusten?
Lijkt me niet. De clash tussen ouderen en jongeren bestaat immers al binnen vakbonden zelf. Het is niet onlogisch dat oudere bondsleden verontwaardigd zijn wanneer de bond standpunten inneemt tegen hun zin of belang. Hoewel veel ouderen inzien dat de vergrijzing een onderwerp is dat onontkoombare beslissingen meebrengt, voelt een aantal zich toch gepiepeld. Ze zijn vaak al hun hele loopbaan lid van de bond, betalen contributie, en dan keren beslissingen en standpunten van de bond zich ineens tegen hen. Dit is een duivels dilemma voor de bonden. Aan de ene kant weet het dat jongeren steeds minder lid worden, dus moet het wel met de tijd meegaan. Aan de andere kant laat je je leden niet vallen. Een vakbond is er immers voor en door de leden.
Bonden zullen dus keuzes moeten maken. Doen ze dat niet, dan zal de achterban steeds kleiner worden. Ook ouderen zullen inzien dat niemand daarbij gebaat is. Kijkt de vakbond naar de toekomst, dan bestaat de kans dat bestaande leden hun lidmaatschap opzeggen. Nog nooit hebben vakorganisaties en –centrales voor zulk een beslissing gestaan, maar het is onontkoombaar om toch steeds vaker voor jongere leden te kiezen. Anders graaft het zijn eigen graf, en wordt de clash tussen oud en jong alleen maar groter. Jongeren zullen zich meer aansluiten bij vakbonden als de AVV, dat in haar standpunten wel eens lijnrecht zou kunnen komen te staan tegenover traditionele bonden.
Goede communicatie en overleg binnen bonden zijn hiervoor de enige oplossing. Het belang van het bestaan van de bond, waar ieder lid een hart voor heeft, gaat hierbij boven persoonlijke motieven. Anders zal ook hun stem minder belangrijk worden en het SER-overleg. Verjonging van bestuurders, wat bijvoorbeeld al bij de Onderwijsbond CNV heeft plaatsgevonden, lijkt een goede stap.


