Bestuurlijke boemerang
Hoe komt het toch dat steeds meer lastige, drukke, onbereikbare, ongehoorzame en agressieve kinderen zijn? En dat er dus steeds meer kinderen als ‘gedragsgestoord’ worden verwezen naar het speciaal onderwijs?
Dat komt doordat ouders te slap en chaotisch opvoeden, vaker hun kinderen verwaarlozen en misbruiken en vaker scheiden. Ook ‘de komst van andere culturen’ en een overmatige blootstelling aan ‘prikkels’ (rusteloos vermaak op tv of internet?) zorgen voor gedragsstoornissen, aldus driekwart van de docenten en andere ‘velddeskundigen’. Maar kinderen zijn niet alleen moeilijker, ze krijgen ook sneller het etiket ‘gedragsgestoord’, stelt tachtig procent van deze praktijkkenners. Problemen die vroeger onopgemerkt bleven, krijgen daardoor soms nu wel aandacht. Anderzijds miskent die snellere etikettering dat kinderen zich nog ontwikkelen en dat ouders ook medeveroorzakers kunnen zijn. Aldus een recent onderzoek van het toezichtsorgaan LTCI, in opdracht van Minister Van der Hoeven van onderwijs. Het probleem is prangend, want het aantal ‘ernstig gedragsmoeilijken’ is in vijf jaar vertienvoudigd (Volkskrant, 30 en 31 augustus)
Deze praktijkkenners zijn positief over het ‘rugzakje’ – de zak geld die een school sinds 2003 voor een kind met gedragsproblemen kan krijgen. Niet over de monsterlijk bureaucratische procedure om het te verwerven, maar wel over de mogelijkheden die het schept om kinderen ondanks hun gedragsproblemen op een gewone school te houden.
Wat verstandig van de minister om praktijkmensen zelf te vragen hoe men tegen een probleem aankijkt! Wel jammer dat de minister nauwelijks luistert wat ze zeggen. Ga door met het rugzakje, maar kijk ook naar de oorzaken van de toename van gedragsproblemen, zeggen ze. Een chaotische, schreeuwerige, brutale, rusteloze en structuurarme samenleving stimuleert chaotisch, schreeuwerig, brutaal en rusteloos gedrag. Het onderwijs wordt geconfronteerd met de gevolgen van maatschappelijke veranderingen waar we eens hard over na moeten denken. Welke mate van rusteloosheid en structuurloosheid kunnen kinderen aan? Welke kinderen? De jaren zeventig schiepen de hoop op een vrolijke maar toch veilige chaos; kunnen we deze alsnog creëren of moeten we die hoop als naief terzijde schuiven?
Van de Hoeven negeert echter zowel het applaus als de zorgen. Zij zoekt niet naar oorzaken, maar naar ‘groeibeperkende maatregelen’. Ze vindt dat teveel kinderen een verwijzing naar het speciaal onderwijs krijgen. Dat is te duur. De gedragsproblemen zijn reëel, zegt ze – lees: scholen frauderen niet met schijngestoorde kinderen om geld binnen te slepen – maar scholen moeten de problemen vaker zelf opvangen. Ze moeten minder vaak een beroep doen op het speciaal onderwijs c.q. het rugzakje. Van de Hoeven neemt daartoe een aantal ‘groeibeperkende maatregelen’ zoals scherpere indicatiestelling en variatie in het bedrag in het rugzakje naar gelang de ernst van de stoornis (lees: bezuinigen door sommige rugzakjes minder te vullen).
Eigenlijk zegt de minister hiermee: het probleem van de gedragsstoornissen op school is me te groot geworden. Ik ga het daarom op papier verkleinen, door minder kinderen als gedragsgestoord te erkennen en per kind minder geld uit te geven. Als ik dan over vier jaar nog minister ben, kan ik trots zeggen: de groei van probleemgedrag in het onderwijs is afgenomen.
Op papier zal dat kloppen. Maar naarmate het probleem op papier kleiner wordt, wordt het in de praktijk groter. Naarmate de minister het probleem op papier beter beheerst, wordt het voor scholen en docenten slechter beheersbaar. Aan de oorzaken van de groeiende gedragsproblemen wordt immers niets gedaan. De daadwerkelijke groei zal dus ook niet afnemen. Intussen komt er wel minder geld en dus minder mogelijkheden om met die problemen om te gaan. Alleen zien we dit paradoxale effect niet terug in de onderwijsstatistieken. Hoogstens in een groei van burnout onder docenten, maar die valt natuurlijk nooit direct aan deze maatregelen toe te schrijven.
Deze bestuursstijl – een probleem op papier verkleinen, en het daardoor in de praktijk vergroten – is zo gangbaar en vernederend dat hij een etiket behoeft. Laten we hem Bestuurlijke Boemerang noemen. Een bestuurder negeert de oorzaken en lost een probleem op papier op, waardoor het echter als een boemerang bij de praktijk terugkomt.
Andere voorbeelden hiervan: geluidshinder reduceren door de geluidsnormen te verhogen. Of het vluchtelingenprobleem oplossen door de definitie van een vluchteling te beperken. Of – plannetje uit het CDA programma – de kosten van de zorg beperken door verpleeghuizen geen geld meer te geven voor woonlasten en ze succes te wensen bij het innen van de huur bij hun demente bewoners.
Terugsturen dus die boemerang! Dwing bestuurders echte problemen op te lossen en succesvol beleid niet slinks als te kostbaar af te voeren.


