Stop de intensieve kindhouderij!
Afgelopen week heb ik het boek van Jaap Peters en Judith Pouw gelezen: ‘Intensieve Menshouderij`. Op creatieve wijze leggen de auteurs in dit boek een link tussen hoe in de bio-industrie wordt omgegaan met dieren en hoe vele bedrijven in westerse economieën omgaan met hun personeel.
Door Edward Boele
In de bio-industrie zijn dieren geen dieren meer, maar producten. In de bio-industrie is de boer geen boer (met liefde voor dieren) meer, maar iemand die veel tijd besteedt aan meten van groei en opbrengst (hij brengt zijn tijd grotendeels achter een computerscherm door). Dieren die te weinig opbrengst (output) leveren of niet aan de gestelde normen voldoen, worden preventief geruimd (doe jij maar niet meer mee aan de Cito-toets). In de bio-industrie hebben rationele en economische principes de overhand en ligt de nadruk op controle, beheersing, efficiëntie en calculeerbaarheid. In de bio-industrie doet men flink aan symptoombestrijding: wanneer iets een negatief effect oplevert, verzint men een maatregel om dit te bestrijden. Men vergeet te kijken naar de werkelijke achterliggende oorzaak en daar een deel van de oplossing in te zoeken. Onkruid groeit niet bij toeval.
Nu naar de Rotterdamse praktijk. Uit het meten van diverse organisaties is gebleken dat Rotterdam één van de slechtste steden is voor kinderen om op te groeien. De schrik zat er even goed in. Maar wie goed om zich heen kijkt, ziet dat deze uitkomst geen verrassing is. Vooral de laatste jaren doet de Rotterdamse gemeente aan Intensieve Kindhouderij, gesteund door allerlei maatregelen vanuit Den Haag. Ik noem een aantal aanwijzingen, die wijzen op een steeds ernstigere vorm van Intensieve Kindhouderij in onze stad:
1. De afgelopen jaren is onder de noemer van `veiligheid`vooral gedaan aan symptoombestrijding bij jeugd. Een beetje nadenken en onderzoeken is er niet meer bij. Is er overlast op een plein? Meer politie, bekeuren en geef een scharrelverbod. Vertoont jeugd a-sociaal gedrag? Schrijf een Rotterdam-code en hang Rotterdam vol met voorschriften hoe je je moet gedragen. Verder dan dit soort symptoombestrijding zijn we m.i. bijna niet gekomen. Zaken onderzoeken en bij wortel aanpakken kost tijd en dat hebben we niet meer in Rotterdam. Er moet snel gescoord worden, want anders gaat het echt mis in de stad!
2. DOSA (Deelgemeentelijke Organisatie Sluitende Aanpak). Alle kinderen, waarvan we maar enigszins denken of een vaag vermoeden hebben dat er iets mis kan gaan, komen terecht in integraal ketenbeheer (IKB = Integraal Kind Beheer). Alle informatie van mensen die te maken hebben en omgaan met kinderen moet gedeeld worden met ketenpartners (onderwijs, maatschappelijk werk, politie, justitie, welzijn). Ketenvorming suggereert dat het preventieve werking heeft, dat je uitwassen kunt voorkomen en dat je output kunt sturen. Een keten is zo sterk als de zwakste schakel.
3. Beschikbare ruimte om te kunnen scharrelen is de laatste decennia steeds kleiner geworden voor kinderen: zijn we begonnen met het ophokken van kinderen? Parkeerplaatsen zijn belangrijker dan speelplaatsen. Hierdoor spelen er steeds meer kinderen per vierkante meter. Als je te veel kippen dicht op elkaar zet, gaan ze elkaar pikken (wat we overigens bestrijden door hun snavels te knippen). Geef kinderen steeds minder buitenruimte en er ontstaat steeds meer spanning, overlast en `pikgedrag`.
4. Een wethouder in Rotterdam riep laatst het beeld op om preventief te ruimen. Bij ouders, van wie ‘de samenleving’ niet de verwachting heeft dat zij een kind volgens de vooraf gestelde normen kunnen laten opgroeien, moet het ongeboren kind preventief geruimd worden.
5. We mesten onze kinderen vet. Naast te weinig scharrelruimte worden Rotterdamse kinderen steeds dikker. Dit is naast de verantwoordelijkheid van ouders ook een verantwoordelijkheid van andere partijen. Het is niet ongewoon dat op (middelbare) scholen de kantine `verpacht` worden aan commerciële partijen, die vooral tot doel hebben om zoveel mogelijk te verkopen. En wat het best in de markt ligt, wordt het liefst verkocht. En ik kan u verzekeren, dat is vaak niet gezonde voeding.
6. In de afgelopen campagne-strijd is duidelijk gebleken dat het huidige college vooral doet aan Computerscherm-Politiek. Een boer in de bio-industrie let vrijwel alleen nog maar op de hoeveelheid melk, die een koe produceert en heeft weinig boodschap meer aan de kwaliteit van leven van het dier. Een goede koe is een koe die een bepaalde hoeveelheid melk geeft binnen een gestelde periode. Goed beleid voor het huidige college is beleid dat bij meten hoge cijfers geeft, maar men vergeet te kijken in de praktijk wat de kwaliteit is/was. In de hele verkiezingscampagne heb ik moeten horen dat Rotterdam meetbaar veiliger is geworden. Door het meten is kwaliteit verworden tot kwantiteit.
7. Diverse instellingen, organisaties die werkzaam zijn op het gebied van jeugd in Rotterdam, hebben onder druk van de politiek aan schaalvergroting (intensieve studenthouderij) moeten doen via fusies. Middelbare scholen (en vooral het VMBO), welzijnsinstellingen en kinderopvangorganisaties moesten onder druk van diverse verschillende maatregelen groter en groter worden. Het is immers voor de politiek een stuk overzichtelijker, efficiënter en makkelijker om zaken te doen met één partij in plaats van meerdere. Al die schaalvergroting heeft vele negatieve neveneffecten met zich mee gebracht: leerlingen scharrelen anoniem rond op grote scholengemeenschappen, opkomst van meer en meer management, meer bureaucratie en nog regels, meer aandacht voor certificering en uiteindelijk werd het kind er niet leuker van. Door een overdosis aan rationaliteit werd de echte kwaliteit eruit gemanaged;
8. Afschaffen van gesubsidieerde arbeid en daarmee van extra aandacht voor jeugd op scholen, speeltuinen, pleinen en straten. Jarenlang hebben deze instellingen geïnvesteerd in meer aandacht voor Rotterdamse jeugd (op initiatief van de politiek). met behulp van gesubsidideerde arbeid (ID-banen). Net zo makkelijk wordt deze extra aandacht geschrapt en staan diverse succesvolle projecten zoals Thuis Op Straat, Duimdrop, Klassenassistenten, schoolconciërges, Buurtmoeders onder druk.
Nee, Rotterdam is meetbaar goed bezig, nu alleen de praktijk nog: Stop de Intensieve Kindhouderij!
Edward Boele is werkzaam bij Stichting voor Welzijn & Kinderopvang in het centrum van Rotterdam. (Dit artikel verscheen eerder op intensievemenshouderij.nl.)



Mooi in beeld gebracht hoe gestoord we onze toekomstige beleidsmakers, ondernemers etc. laten opgroeien. wat valt er straks van hen te verwachten? Zal hun wraak zoet zijn wanneer zij tot besef komen wat hen is aangedaan? Want dat is immers het verschil met de dieren in de bioindustrie, die kunnen het niet navertellen.