Daadkracht
´De afgelopen jaren stonden we aan de rand van de afgrond, maar sindsdien hebben we een grote stap voorwaarts gemaakt.´ Deze freudiaanse verspreking kan zo van een manager zijn, tijdens een daadkrachtige peptalk.
Daadkracht, we schijnen er dol op te zijn. Want hoe staan we ervoor? Gek genoeg is er tegenspraak zichtbaar tussen individueel en collectief welbevinden. Als we gesteekproefd worden over de wereld om ons heen fronsen we, op een enkele uitzondering na, onze wenkbrauwen. Vraag je het op de man of vrouw af, dan blijken we vaak redelijk gelukkig. Burgers zijn tevreden over hun eigen leven en ontevreden over de samenleving. De conclusie is gerechtvaardigd, dat hoe uitvergroter de ellende op ons ontbijtbordje komt, hoe meer het privé meevalt.
Deze complexe snelle tijd met veel aandacht voor eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid bezorgt ons ook de nodige stress. Volgens het CBS krijgt een op de 10 Nederlandse werknemers vroeg of laat een burn-out. Er klinkt (wederom) een toenemende roep om leiderschap. Wat mij benieuwt, is welke vorm van leiderschap wordt gevraagd. Willen we stoer leiderschap of willen we leiderschap gericht op aandacht voor sociale cohesie. En wat is dan daadkracht? Het begrip daadkracht wordt bijkans een bezweringsformule tegen onzekere tijden.
Hierbij een pleidooi voor aandachtige daadkracht. Mijn moeder zei het al: ´Overal waar te voor staat is niet goed.´ Te hard duwen geeft extra weerstand. Teveel hameren op regels geeft aan, dat je niet goed hebt nagedacht. Laten we eens twee recente voorbeelden belichten. Elke objectieve voetballiefhebber die de recente champions league finale tussen Barcelona en Arsenal zag, foeterde op de te rechtlijnige scheidsrechter. Hij floot voor een overtreding waaruit even later een doelpunt voortkwam en gunde zichzelf en het publiek geen voordeelregel. Regels zijn regels. Hij keurde het doelpunt daadkrachtig af en stuurde de keeper niet alleen het doel, maar het hele veld uit. Het werd een wedstrijd van 11 spelers tegen een zich op eigen helft terugtrekkend tiental, wat jammer was voor dit spektakelstuk.
Er is al heel veel over gezegd, maar waarom gunde Rita Verdonk zichzelf – en daardoor anderen – gewoon ook niet de voordeelregel, dat scheelt achteraf een hoop heisa. Ik herinner me plotsklaps een rechtscollege, waarbij een hoogleraar pijprokend de collegezaal betrad. Hij wees op de tekst Niet roken en verkondigde: ´mogen we hier geen paling roken?´, om vervolgens zijn pijp demonstratief te doven en over te gaan op een vlammend betoog over het belang van situationeel rechtspreken. Regels zijn regels. Het is niet te hopen dat deze vorm van drammerig daadkrachtig leiderschap het aanbod gaat bepalen.
Hoe meer tegengeluiden, hoe beter. Anders krijgen we wat in de geneeskunde gebeurt. Hoe meer chirurgen in een bepaald gebied werken, hoe meer blindedarmen worden verwijderd. In een bepaalde regio worden viermaal zoveel baarmoeders verwijderd. De oorzaak: viermaal zoveel gynaecologen. Wanneer ergens meer ziekenhuizen zijn, worden mensen vaker en langer opgenomen. Meer specialisten veroorzaken meer consulten en meer ingrepen. De vraag wordt bepaald door het aanbod. Even verder kijken leidt tot ander inzicht. Gelukkig hebben 3 van de 10 Nederlanders zich voorgenomen om meer na te denken over de zin van hun leven.
Dat lees ik in de wachtkamer van de afhaalpizzeria, nota bene in een of ander financieel blad. Levensplanning gaat voor louter financiële planning, is de stelling. Kun je dat vertalen met empathie gaat voor regelzucht? Of: inzicht geeft uitzicht en voorkomt afzien?


