Ont-POP-pen of POPpenkast
Nooit hoor ik professionals, de laag onder de managers, enthousiast praten over hun POP, hun persoonlijk-ontwikkelings-plan. Zij ervaren het als weer zo’n vervelende managementhype, ze worden er mee lastig gevallen, ze ervaren het soms zelfs als belediging, ‘ik ontwikkel me heus wel’, en het kost me nόg meer indirecte tijd en de POP’s vormen ook nog eens de basis voor een serie nietszeggende functioneringsgesprekken.
Mijn stelling: je beste medewerkers zetten zich terecht af tegen de POP, wees daar blij mee en stimuleer hen in het ontPOPpen. De POP’s verspreiden zich als een soort schimmel door organisatieland, het is niet tegen te houden en het fenomeen is, zoals iedere schimmel, ongelooflijk irritant.
Waarom zet de professional zich zo tegen af tegen deze schimmel? Sinds de jaren negentig groeit er een kloof tussen de managers (de modellisten) en de voet van de organisatie (de realisten). Het gevolg merken we dagelijks meer en meer: er zijn drie lagen in de organisatie ontstaan: (1) die van de gedachte werkelijkheid van topmanagers (daarom heet dat ook topmanagement), (2) die van de papieren verantwoording over de realiteit (bij elkaar vergaderd door de middelmanagers) en (3) de realiteit van alledag (de laag van de vakinhoudelijk professional zoals de onderwijzer, de verpleegkundige, de arts, het kantoorpersoneel, de mensen aan de lopende band, de postbode, etc.).
Het lijkt in de praktijk steeds minder om de onderste laag, de realiteit, te gaan. Het enige wat nog telt (letterlijk tellen in dit geval) is de 2e laag ‘die van de papieren verantwoording’.
Die 2e laag moet kosten wat het kost in overeenstemming worden gebracht met die van de 1e laag, die van de gedachte werkelijkheid van de topmanagers. Daar wordt hij/zij immers op afgerekend en dat scoort dus op het CV. Een leugentje voor bestwel is dan ook geen probleem. Zwartkijkers noemen dat fraude, maar zo ver wil ik hier niet gaan. Het kan je in sommige gevallen zelfs je Nederlanderschap kosten. Daarom zijn de managers ook zo druk met SLI’s, targets, outputmeting, KPI’s, kwaliteitssystemen en andere virtualiteiten.
Wat mij nu zo verbaasd is dat juist al die managers die vaak woorden in de mond nemen als rationeel, SMART, objectief & concreet, en zich zo vaak beroepen op ‘eerst zien dan geloven’, zo’n heilig geloof hebben in die virtuele werkelijkheid van die 2e laag, de poppenkast. Hele accreditatiecommissies kijken niet naar de realiteit, maar beoordelen of de procedures en de protocollen kloppen in de ordners. De kale realiteit doet er werkelijk niet meer toe. Ministeries en instellingen hangen hun financiële tegemoetkomingen op aan die virtuele realiteit van taal en kengetallen. Kortom de hoogst opgeleide mensen in ons land houden elkaar bezig met papieren en digitale werkelijkheden zonder zich te bekommeren om de daadwerkelijke realiteit zelf.
Zo kan het zijn dat bij HBO-scholen al 50-60% van de salarissen op gaat aan mensen die niet meer rechtstreeks in verbinding staan de leerling/student en dus ook niet meer in verbinding staan met de realiteit van alle dag. Het kan zelf zo zijn dat in de AD-oliebollentest geen enkele oliebol daadwerkelijk is geproefd (geen grapje). We houden ons met van alles bezig om vooral die echte realiteit maar niet te hoeven proeven. Je hoeft toch geen diepgravende filosoof te zijn om te beseffen dat de kaart van het gebied niet het gebied zelf is? Dit probleem is al jaren een doorn in het oog van de werkvloer en veroorzaakt heel veel beroepszeer.
Zij werken in het gebied zelf en werken vanuit het hier & nu naar een onzekere toekomst. De manager daarentegen niet, die werkt vanuit zijn gedachte werkelijkheid over de toekomst naar het onzekere hier en nu. Precies andersom dus. En daar zit nu net de kloof: de een staat met de poten in de modder van de dagelijkse complexe realiteit en de ander leeft in zijn droomwereld van geordende modellen en meetcriteria. En die kloppen altijd: vooral in de hoofden van de bedenkers. De tussenlaag weet al helemaal niet meer waar ze het zoeken moet. Naar boven toe periodiek papiertjes en andere flauwekul ophoesten (het systeem een beetje foppen) en tegen de werkvloer ondertussen roepen dat dit nu eenmaal ook een realiteit is. De werkvloer kijkt ze met ongelovige ogen aan: ‘tuurlijk jongen (m/v), droom lekker verder’.
Even terug naar die POP’s. Nu proberen die managers op het onderste niveau in hun organisatie, die van de realiteit, ook nog eens de wereld van gedachte werkelijkheden ‘te implementeren’ via een Persoonlijk-Ontwikkelings-Plan. Maak je eigen droomwereld. Ik weet wel hoe die er ongeveer uitziet op het niveau van de werkvloer: (1) zorg dat ik de ruimte krijg om mijn vak weer fatsoenlijk uit te oefenen, (2) loop me niet de hele tijd voor de poten met je gedoe over regels en protocollen, (3) vertrouw op mijn vakmanschap en als je niets te doen mocht hebben: (4) zorg dan dat niet alleen dat jijzelf maar ook ik een fatsoenlijke beloning krijg voor het feit dat ik wel de hele dag in de modder van de weerbarstige realiteit sta! ‘Boek het maar op inconveniënten (bezwarende werkomstandigheden) in mijn functiebeschrijving!’
Als een medewerker genoegen heeft in maken van een POP, is hij/zij ongeschikt als vakman, in hem of haar schuilt een manager in spé. Hij/zij gelooft immers in de maakbare wereld en hij/zij denkt echt het zonder management een zooitje zou worden in ons land. Een jammerlijke vergissing: de beschaving is voorzover ik weet niet medio zeventiger jaren bij de invoering van de eerste managementopleiding in ons land begonnen, integendeel zou ik bijna zeggen. Nog even dit. Professionals leren het beste door zich te ontpoppen als vakman en dat doet ze door met collega’s, en niet met managers, te reflecteren op de kwaliteit van hun dagelijkse werk. Laat ze daar hun tijd maar aan besteden, dat is (1) nuttig voor de samenleving als geheel, (2) relatief goedkoop en (3) ze vinden het nog leuk ook! Drie vliegen in één klap: ontPOPpen in plaats van POPpenkast.
PS: hang deze column maar ergens op het prikbord in de bedrijfskantine op of in de gang van je baas.


