Aandacht

De Coach

Gewetensvragen

Het kind als machientje

Manuel’s week

Home » Onkruid wieden in organisatieland

Portfolio of propfolio

Door op 16 juni 2007 – 18:36 2 Reacties

portfolio.jpgTijdens een college over organisatiecultuur legde ik als docent de focus nadrukkelijk op centrale organisatiewaarden, op betekenisvol organiseren. Uiteraard kwamen we toen ook te spreken over waarden en normen en het fenomeen van reïficatie, waarbij normen leidend zijn geworden en de oorspronkelijke waarden uit het zicht verdwenen zijn.

Voorbeelden hiervan binnen de onderwijspraktijk zijn er te over. Bijvoorbeeld een student die te laat komt, wijzen op de afspraak: zo laat beginnen we, je kunt nu gaan en volgende week graag op tijd komen. Als docent kun je die student natuurlijk ook direct aanspreken op zijn/haar gedrag en hem/haar confronteren met het feit dat er een onderwijsproces verstoord wordt.

Herkent u in dit verband het volgende voorbeeld? De docent zegt tegen het einde van de les “Tot slot het volgende…”; tegelijkertijd pakt iedereen zijn tas en jas en maakt aanstalten te vertrekken. Menig docent ondergaat deze routine gelaten en beklaagt zich over dit gedrag in de docentenkamer. Collega’s herkennen dit en gaan vervolgens over tot collectief zelfbeklag. Docenten en studenten zijn in een vicieuze cirkel beland.

Over hoe het zo allemaal gekomen is kan veel gezegd worden. Onderwijsvernieuwing wordt vaak als oorzaak genoemd: onderwijsvernieling in plaats van -vernieuwing. Ook de regelzucht vanuit de overheid, accreditaties, enzovoorts hebben ongetwijfeld zo hun reïficerende sporen nagelaten. Toch getuigt het van grote en depressief makende gemakzucht een en ander dan toch maar te accepteren en te vervallen in dat collectieve zelfbeklag. Wat in dit verband vergeten wordt is dat er wel degelijk als individuele docent, en zeker als docententeam, veel moois te doen valt.  

Probeer op de eerste plaats eens af te stappen van onderwijsvermoordende toetsingscriteria. Studenten moeten in groepjes bijvoorbeeld een notitie over een bepaald onderwerp schrijven. Die opdracht wordt dan vervolgens voorzien van 24 deelopdrachtjes, die zeker beschreven moeten worden. Want dat zijn onderdelen die echt belangrijk zijn volgens de docent! Studenten beginnen dan om die 24 items te verdelen. Binnen een groepje van 4 is dat gemakkelijk: ieder 6 onderwerpen. Ondanks de onderwijsvernieuwing is dit niet zo’n heel moeilijke som…

De samenwerking eindigt bij taakverdeling en de vervreemding is al bijna een feit. De percepties van student en docent staan haaks op elkaar. De notities zijn vervolgens niet van zinvolle feedback te voorzien, omdat de samenhang er niet is, elke student slechts een gedeelte van de opdracht heeft gemaakt, ze van elkaar niet weten wat ze precies gedaan hebben, enzovoorts. Kortom, het resultaat is hetzelfde als bij het vorige voorbeeld: collectief zelfbeklag onder docenten en weer minder gemotiveerde studenten. 

Een ander voorbeeld: het portfolio! Op zich een prachtig middel, maar de wijze waarop het wordt gebruikt binnen het onderwijs verkracht in veel gevallen de betekenis ervan. Er worden te veel richtinggevende eisen gesteld, waardoor het bijna vanzelf een dood instrument wordt, dat plichtmatig wordt gehanteerd. Bovendien is er vaak ook nog een studiepunt aan gekoppeld. Studenten vroegen mij tijdens die zelfde les over organisatiecultuur hoeveel artikelen er in het portfolio moesten komen. En of ze bij elk artikel iets moesten toevoegen, een eigen commentaar of zoiets? En uit hoeveel kantjes dat commentaar dan moest bestaan.

Ik heb ze uitgelegd dat er zinvolle en zinloze portfolio’s bestaan en dat ze zelf mochten kiezen of ze een zinvol of zinloos portfolio wilden inleveren. Ik stelde één eis: ze moesten op hun portfolio wel duidelijk vermelden of het een zinvol of zinloos portfolio betrof. De zinvolle portfolio’s zou ik voorzien van mijn feedback, de zinloze natuurlijk niet. Tijdens die zelfde les raadde ik de studenten een artikel aan dat ik op internet had gelezen. Leuk voor in jullie portfolio zei ik nog, bovendien zeker 16 A4-tjes, maakt je portfolio lekker dik. Enigszins ironisch bedoeld legde ik er nog een schepje bovenop door de studenten die er voor zouden kiezen een zinloos portfolio in te leveren dat artikel wel uit te draaien, natuurlijk niet te lezen, maar van de A4-tjes proppen te maken en die dan in een vuilniszak in te leveren. We noemden dit het propfolio. Ik heb na afloop van die module niet één propfolio ontvangen.

Met dit laatste voorbeeld wil ik aantonen dat studenten niet per definitie betekenisloos aan het studeren zijn, maar dat ze wanneer ze adequaat worden uitgedaagd ze zich juist heel graag voor 100% inzetten. Als docent moeten we vooral proberen die vicieuze cirkel te doorbreken door a. echt uitdagende opdrachten te geven, b. studenten aan te spreken als voor hun eigen studie verantwoordelijke volwassen mensen en c. als docent in egoland durven treden.

Het voorbeeld van de studenten die al aanstalten maken te vertrekken als de docent begint met “Tot slot…” moet een vervolg krijgen in de klas en niet in de docentenkamer. De docent zal de studenten moeten aanspreken op hun gedrag. Dat gedrag is onfatsoenlijk en dat pik ik niet. Gegarandeerd dat studenten zo’n opstelling van de docent meer waarderen en zeker beter begrijpen, dan de opstelling van de docent die dit gedrag gelaten ondergaat.

2 Reacties »

  • Leen zegt:

    Beste Hans,
    Een leuk artikel over het propfolio. Ik kan niet anders zeggen.
    In mijn visitatiepraktijk in hogescholen zie ik heel veel portfolio’s die studenten maken en wat mij altijd opvalt, zijn drie dingen: (1) de omvang van het portfolio – er zit werkelijk van alles in; (2) de studenten vinden het hel belangrijk om greep te krijgen en te houden op hun studie en hiun ontwikkeling, de meesten zien het portfolio als een goed instrument en (3) de manier waarop de hogescholen bij de studenten de zin wegnemen om het portfolio bij te houden, door de eisen die men eraan stelt.

    Ik citeer voor de aardigheid een stukje uit een visitatierapport dat vorig jaar is verschenden: ” Uit evaluaties van de opleiding blijkt dat de voltijd studenten tevreden zijn over de studieloopbaanbegeleiding die de opleiding hen biedt (score 3,5-schaal 1-5). Tijdens het bezoek zijn de uitkomsten van deze evaluaties door de studenten bevestigd. Wel twijfelen de voltijdstudenten aan het nut van het portfolio als verplicht document (onderdeel van studieloopbaanbegeleiding). Zij vertelden het panel dat de grote hoeveelheid tijd die nodig is om het document bij te houden niet in verhouding staat tot het resultaat.”

    Mijn mening: je slaat met je artikel de spijker op z’n kop.

  • Philip zegt:

    Prettig o te lezen dat iemand feitelijk de vraag stelt ‘waar ging het nou ook al weer om’ . en hierbij zowel de neven effecten van gemakzuchtuge aanpakken van controle (op zichzelf nuttig en nodig) laat zien , en ook hoe gelatenheid eigenlijk inhoudt dat je met niet gewenste bewegingen meedoet , en ze op die manier ook versterkt . wat betreft de vraag of criteria en studiepunten nu altijd nodig zijn … ik denk wel eens aan de mogelijkheid van twee studiestromen : een voor studenten die die studie alleen volgen voor het papiertje , en die een diplioma krijgen met de vermelding : heeft aan geen van de formele vereisten niet voldaan . en een andere voor studenten die de studie volgen om een ‘brede profeesional’ te worden , en die dan een deels ander traject mogen volgen , aan wie ook andere eisen gesteld worden , maar op hun beurt ook eisen aan hun docenten/begeleiders mogen stellen , en die een echte beoordeling mee krijgen .

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.