Geen financiële universiteit!
We kunnen schijnheilig doen over de consumptiemaatschappij, maar we houden toch allemaal van veel spulletjes. U kunt nog zo hard roepen dat u het praktisch bekijkt en alleen de minimaal noodzakelijke spulletjes hebt – de rest is immers toch maar opsmuk en flauwekul – toch staat uw huis stampvol met al die ‘noodzakelijke’ spulletjes in vele soorten en maten. En laten we eerlijk zijn: een 24 megapixel telefoon met ingebouwde GPS (of andersom) is toch net zo onmisbaar als een bankstel of een glasservies?
Dus geef het maar gewoon toe: we zijn ultraconsumers geworden en we weten ons geen raad zonder een onafgebroken stroom nieuwe goederen. Geeft niks hoor, alleen moeten die spulletjes wel ergens gemaakt worden. Nee, niet alleen nog maar in China, dat is een sprookje. In Europa worden ook nog heel veel prima spullen gemaakt. En de bedrijven die dat doen, leveren werkgelegenheid zodat u eindeloos kunt blijven jobhoppen op zoek naar uw droombaan. Ondertussen verdient u daarmee het geld voor uw nieuwe überzinvolle gadgets. En daarmee is het kringetje rond, en dat noemen we economie.
Het maken van al die spulletjes is voor mij de essentie van de economie. Maar ik ben dan ook een techneut. Het hele proces van uitvinden, ontwerpen en maken vind ik cruciaal. De rest is ballast. Ik snap best dat een bedrijf ook een telefoniste nodig heeft en een boekhouder die elke maand de bedragen optelt, maar meer dan een noodzakelijk kwaad zijn dat soort banen niet. Verder ben ik nog wel zo ruimdenkend zijn dat ik ook wat andere zinvolle bezigheden zie. Wie een boek schrijft maakt bijvoorbeeld ook iets. En voor mensen die onderwijs geven, geneeskunde beoefenen of bejaarden verzorgen, heb ik diep respect. Die presteren iets waaraan echt behoefte is en dat bijna zo belangrijk is als het hebben van veel spulletjes. Goed dan, misschien zelfs nog belangrijker.
Het aantal uitvinders, makers en zorgers, is de laatste decennia gestaag gedaald. De dikke korst van regelaars, managers en registreerders is daarentegen toegenomen. Inmiddels wemelt het van de parasitaire activiteiten zoals daar zijn: managers, controllers, bankiers, verzekeraars, reclamemakers, subsudieadviseurs en tender-consultants en vult er zelf het lijstje maar aan, inclusief de functie die op uw eigen glossy visitekaartje staat. Want u werkt waarschijnlijk ook in een dergelijk branche, maar dat is niet erg: ik beledig graag mensen die niets nuttigs produceren.
Maar nu komt het. Volgens het Financiële Dagblad is er een heuse financiële universiteit in de maak in Nederland. En daar wordt ik dus moe van. Want waar ik een handvol boekhouders in een hoekje van een bedrijf nog best wil gedogen, reken ik het grootste deel van de financiële sector tot het ergste parasitaire deel van de economie. Economie gaat over waarde creëren, maar financiële instellingen doen niets anders dan waarde verplaatsen, voornamelijk naar hun eigen zakken. Dus wat moeten we in vredesnaam met zo’n universiteit? Heb ik iets gemist? Is er sinds gisteren een schrijnend tekort aan hedge funds in Nederland? Moeten er dringend nieuwe manieren bedacht worden om de burger legaal aan een woekerpolis te helpen? Nee toch zeker!
Ik snap heus wel dat banken een noodzakelijk kwaad zijn. Ik sluit zelfs niet uit dat aandelenbeurzen soms ergens goed voor zijn. Maar om er nu een universiteit voor op te richten vind ik wel ver gaan. Ik vind het zemen van kantoorramen ook best nuttig. Maar er hoeft geen universiteit voor te komen, evenmin als voor het aannemen van de telefoon of het plakken van postzegels op zakelijk brieven.
Laten we onze tijd besteden aan dingen waar mensen blij van worden. Richt een universiteit op voor het ontwerpen van milieuvriendelijke producten. Bedenk eens een oplossing voor mijn driehonderd verschillende opladers en het bijbehorende gebrek aan stopcontacten. Sticht desnoods een universiteit die gaat uitzoeken waarom de helft van alle sokken altijd verdwijnt bij het wassen. Of doe voor mijn part iets braafs zoals het oplossen van de honger in de wereld of het bereiken van wereldvrede, maar begin in godsnaam geen boekhoudersuniversiteit.


