De Judaskus van Jan Marijnissen: Rijnlanders, let op uwe zaak!
Is Rijnlands links en Anglo-Amerikaans rechts? Of is dit gewoon een onzinnige vraag? Toch stel ik deze vraag. Gisteren tijdens het Grote Rijnland Congres nam een van de gastsprekers, Jan Marijnissen, al direct een loopje met het Rijnlands gedachtegoed. Hij plaatste Anglo-Amerikaanse ideeën wel erg gemakkelijk in de lijn van Bolkenstein’s neo-liberalisme.
Weggeman had gisteren tijdens het Grote Rijnland Congres de lachers op zijn hand. Hij verwees naar de gevolgen van Anglo-Amerikaanse managementmodellen: spreadsheets, turven en afvinken. Regel- en bedilzucht, maar ook verstikkende bureaucratie zijn de standaard ingrediënten in organisatieland. Hij kreeg de handen van zijn publiek op elkaar en de lachers op zijn hand. Zijn het die verfoeide MBA-modellen die ons land in de houdgreep houden of is er meer aan de hand?
Jan Marijnissen, spreker na de lunch die nog nooit een zaal met managers had toegesproken – hij vindt dat maar een raar soort mensen, een rare diersoort… – kon zich opvallend goed in de woorden van Weggeman vinden. Als een glad politicus had hij het bruggetje naar het neo-liberalisme van Bolkenstein c.s. snel gevonden. Marijnissen trok zoals verwacht de discussie naar de politieke arena: het is allemaal – slechte zorg, onderwijs, enzovoorts – de schuld van het neo-liberalisme.
Je kunt van Marijnissen vinden wat je wilt, maar dezelfde populistische taal zou Fortuyn waarschijnlijk ook gebezigd hebben. Zou, inderdaad, helaas ‘zou’. Hebben Weggeman en Marijnissen een punt? Ik denk het zeker, maar ze zien wat mij betreft iets heel belangrijks over het hoofd. Regelzucht en verstikkende bureaucratie zou je net zo goed kunnen verklaren vanuit de geschiedenis, waarin het socialisme en de sociaal-democratie van grote invloed zijn geweest.
Zijn het niet de mooie slogans als ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ en ‘onverdeeld naar de openbare school’ die via een paar stevige stappen hebben geleid tot het in onderwijsland gangbare adagium ‘eenheid door uniformiteit’? Waren het destijds niet de vriendjes van de Amsterdamse SDAP-wethouders Treub en Polak, Berlage en Mondriaan, die pleitten voor de inrichting van wijken, straten en ook interieurs, waarbij eenheid en uniformiteit, ook qua meubilering en stoffering van de woningen, de sleutelbegrippen zijn om te komen tot ware individuele vrijheid (…). Kan het nog regelzuchtiger?
Rijnlands is net als Angelsaksisch hartstikke kapitalistisch. Kapitalistisch met een sociaal-economische visie. Dat wel. Er is in de Rijnlandse visie meer belangrijk dan alleen maar geld verdienen. Het gaat om betekenisgeving. Jan Marijnissen, hoewel een geweldige spreker, moeten we niet meer uitnodigen voor Rijnlandse activiteiten. Ook andere politici niet! Elke politicus is een opportunist. Elke politicus zal de Rijnlandse beweging een Judaskus geven. Hooguit kan ons dit sterken in de overtuiging dat de tijd voor een Rijnlandse omslag er rijp voor is!



Rijnland – Traditie en Utopie
Waarom hebben we toch de neiging om ons rond het thema ‘Rijnland’ te verliezen in definitiekwesties: is/was Rijnlands nu wel of niet kapitalistisch, innovatief, bureaucratisch, rechts/links, of/of, en/en, nou en/of? Gaat het niet vooral ook om de vraag hoe we willen dat het er uit gaat zien en hoe daar te komen?
Ik ontken allerminst de noodzaak van een grondige analyse van de huidige stand van zaken van onze cultuur, economie, organisatievormen, politiek, etc. en daarbij van het maken van een helder en gefundeerd onderscheid tussen enerzijds en anderzijds. En eerlijk gezegd is een diepgaand en omvattend begrip van de historische processen waaraan we onderworpen lijken te zijn even hard nodig als dat ze oorverdovend ontbreekt. Op dat front is er ook in de Rijnland-hoek dus nog het nodige te doen. Laten we zo’n geïntegreerde analyse van wat nu de werkelijke agenda zou kunnen zijn daarom maar hoog op de agenda zetten. De nieuwe traditie van slow management & politics vereist dan wel een vermogen tot distantie teneinde de waarnemingen en reflecties niet al te zeer te laten vertroebelen door de hitte van de dag. Want die leidt maar al te gemakkelijk tot het plakken van vooral moreel/emotionele labels van goed en kwaad.
Helaas kunnen we bij het maken van die analyse niet meer vertrouwen op de oude denk- en waardenkaders en daaraan gerelateerde schemata, zoals besloten in de liberale, sociaal-democratische, socialistische of christen-democratische tradities. Misschien moeten we die eerst écht loslaten, waarna er pas ruimte ontstaat voor nieuwe inzichten? Nu lijkt het oude denken ons op de nodige momenten toch verwarrend voor de voeten te lopen. Of, is ons bewustzijn van het besef van hun failliet op een verlammende manier al wel duidelijk, hebben we nog geen substituut grond onder de voeten en krijgen daardoor de ‘populisten van het onzekerheidssentiment’ zo gemakkelijk grip op de maatschappelijke podia?
Hoe het ook zij, het heeft voor een deel ook te maken met een ongemakkelijk gevoel tijdens de Grote Rijnland Conferentie: we leken het met elkaar geweldig eens over het feit dat we écht iets anders willen met onze cultuur, organisaties, sturingsprincipes, etc. In die zin leek het op sommige momenten wel wat op preken voor eigen parochie. Hetgeen ook wel weer zijn genoeglijke kant had: 2-jaar geleden leek het praten over het ‘Rijnlandthema’ namelijk nog een soort subversieve activiteit. Tijdens de conferentie ontstond een soort ‘comming out’ sfeer: de weerstand tegen een bepaald soort ondernemings- en organisatiepraktijken werd zonder schroom neergezet en gedeeld. Allemaal mooie ontwikkelingen dus. Met alle tekenen van een nog ongestructureerde, prille maatschappelijke beweging ook overigens.
Daarom nu mijn ‘maar’: in het verlengde van de noodzaak van een goede analyse van de recente economische geschiedenis en een beeld van waar we vandaan komen en nu staan, is het minstens zozeer nodig gebundelde energie te zetten op het ontwerpen van het ‘hoe dan wel’, van waar we naar toe willen. En nou net op dat punt was het schrijnend te horen hoezeer Jan Marijnissen niet meer te bieden heeft dan een soort ‘back to the 50ies‘ sentiment. Inderdaad, niet meer uitnodigen. ‘Vroeger’ moet niet meer terugkeren.
Waarmee ik niets af wil doen aan het onderdeel van zijn pleidooi waarin hij pleit voor warmte en authentieke verbondenheid in de relaties op persoonlijk, wijk, organisatie en maatschappelijk niveau.
Was Marijnissens’ aanwezigheid echter niet ook een teken (achteraf gezien) van het ontbreken van echt uitdagende nieuwe visies, missies, gezichtspunten die verder reiken dan de waan van vandaag en morgen? Was zijn aanwezigheid niet ook een kleine knieval voor het onzekerheidspopulisme’?
Ik zou er daarom graag voor willen pleiten dat we onder het motto van ‘Rijnland’ serieus aan de slag gaan met het ontwerpen van een nieuwe Rijnlandse toekomst. Maar daarvoor moeten we onszelf ook weer durven toestaan het rijk van de creatieve utopie en de droom te betreden. En dat gaat een treetje verder dan alleen intellectuele analyse.
Het is mijn ervaring dat wanneer mensen met elkaar in de slag gaan over ‘het’ verleden en over wat ‘de’ situatie nu is, men vooral gericht raakt op onderlinge verschillen en dat een enkelvoudig normerende en analytische operatie mensen uit elkaar drijft en het realiseren van doorbraken uiteindelijk verhindert. Maar, wanneer we het ook durven hebben over onze Rijnlandse passies en verlangens, over onze dromen van hoe het Rijnlandse organiseren er uit zou kunnen zien, komen we terecht op die merkwaardige onderstroom van de ‘ziel van de dingen’ en op hetgeen ons kan verbinden in het denken en doen. Alleen daardoor wordt een kritische massa aan ideeën en krachten gemobiliseerd die noodzakelijk is om een écht nieuwe Rijnlands utopie en praktijk tot stand te gaan brengen. Still a long way to go?
@Ger: Als ik je goed begrijp zijn we het helemaal eens. ‘Coming out’-gevoel herken ik zeker. Authenticiteit is belangrijker dan verbondenheid met oude en/of nieuwe denkrichtingen. Geen Bolkenstein en geen Marijnissen meer! Voortaan gewoon vanuit de eigen Rijnlandse identiteit. Aansluiten van welke partij of denkrichting is prima.
Ben geen deskundige, maar als ik zo eea over Rijnlands organiseren lees en het klip en klaar zou moeten typeren, dan denk ik op de eerste plaats aan paars. Volgende keer moeten jullie Pechtold maar eens uitnodigen.
Ik ben nog niet lang bekend met het onderscheid tussen Rijnlands en Angelsaksisch organiseren, maar het lijkt me dat er een belangrijke overlap bestaat tussen de term ‘Angelsaksisch’ en ‘bureaucratisch’, en dat ‘Rijnlands’ eerder gebruikt wordt voor niet-bureaucratisch ingerichte organisaties.
In zijn boek uit 1944 ‘bureaucracy’ wees de econoom Ludwig von Mises erop dat bureaucratisering een logisch gevolg is van overheidsregulering in en verstaatsing van organisaties. De oorsprong van bureaucratie ligt hem in de gehoorzaamheid die verwacht wordt van de functionarissen binnen de ‘geregelde’ organisatie. Mises:”The bureaucrat is not free to aim at improvement. He is bound to obey rules and regulations established by a superior body. He has no right to embark upon innovations if his superiors do not approve of them. His duty and his virtue is to be obedient.”
Toch is het zo dat voorstanders van overheidsinterventie in en regulering van de economie zelden voorstander zijn van bureaucratie. Mises verwoordt het als volgt:
“It is noteworthy that the “progressives” whom the critics of bureaucracy make responsible for its spread do not venture to defend the bureaucratic system. On the contrary, they join those whom they in other respects scorn as “reactionaries” in condemning it. For, they maintain, these bureaucratic methods are not at all essential for the utopia at which they themselves are aiming. Bureaucracy, they say, is rather the unsatisfactory way in which the capitalist system tries to come to an arrangement with the inexorable trend toward its own disappearance. The inevitable final triumph of socialism will abolish not only capitalism but bureaucratism also. In the happy world of tomorrow, in the blessed paradise of all‑round planning, there will no longer be any bureaucrats. The common man will be paramount; the people themselves will take care of all their affairs. Only narrow-minded bourgeois can fall prey to the error that bureaucracy gives a foretaste of what socialism has in store for mankind.”
Het boek(je) is volledig online te lezen, op http://www.mises.org/etexts/mises/bureaucracy.asp
Een zeer inspirerend congres. Dus meteen de dag erna geconfronteerd met het “carry-over” effect.
Vertelde mijn angelsaksich georienteerde TH-mentor over mijn enthousiasme voor het Rijnlandse model. Hij was zeer sceptisch:
Ik zei: Vakmanschap hij zei ja natuurlijk anders maken ze fouten en dat kost veel geld.
Ik zei: vertrouwen Hij zei ja natuurlijk want al die controles kosten bakken met geld en dat is slecht voor de bottom line.
Ik zei: duurzaamheid Hij zei: ja natuurlijk, ik koop toch geen aandelen die over een paar jaar alleen maar minder waard zijn omdat het bedrijf uitgehold is.
Ik zei: respect voor de omgeving Hij zei: ja natuurlijk anders kost elke procedure eindeloos veel tijd en geld en irritatie.
Ik zei: respect voor de gemeenschap waar het bedrijf staat. Hij zei: nogal wiedes. Veel meer sociale controle(dus minder verloop, minder ziekteverzuim, minder geOH op de werkvloer, geen jobcoaches of ander eng volk in de tent), makkelijker personeel te vinden (geen headhunters of andere consultants nodig)dus veel lagere kosten dus meer winst.
Ik zei maar al die turfsmurfen en vinkvee dan? Hij zei: Die hebben wij niet. Wij bepalen gewoon wat goed is en zorgen dat iedereen zoveel mogelijk doet wat ie goed kan en leuk vindt, want dan verdienen we er gewoon meer aan.
Ik zei: maar ben jij dan niet een soort brug tussen het angelsaksiche en het rijnlandse. Een soort poldermodel. Hij zei: hou op, dan krijg je al die betweters op je dak en dat kost pas echt geld.
Ik zei: Ja maar Nederland gaat naar de kl..ten, omdat iedereen in een keurslijf wordt geperst of geterroriseerd gaat worden door mensen die niet meer durven te denken, maar fanatieke gelovigen zijn. Zowel in de buurt, als in de politiek als in geloof. Hij zei: Die doemdenkers zijn er al eeuwen. Dat is slecht voor je hart en dan kun je geen geld verdienen.
Hij zei: Jij bent toch ook ondernemer en geen manager. Dan hoef toch niet al die procedures te hebben. Dan stuur je toch gewoon op je gezond verstand en je gezag. Jij wil toch ook geld verdienen en je bedrijf en je mensen verder ontwikkelen, want dan leveren ze nog meer op en dan kun je straks je aandelen voor een nog hogere prijs van de hand doen.
Ik pruttelde nog wat over ademhalen en geld, maar was een beetje door mijn argumenten.
Ik zei tenslotte een beetje beduusd: Ja maar is er dan helemaal geen verschil. Jawel zei hij Jullie zitten in een bos een beetje gezellig te kleppen over een schijntegenstelling, terwijl wij een dagje meer gewerkt hebben en dus geld hebben verdiend in plaats van uitgegeven en dus meer winst maken. En dus kan ik jou nu een goed glas calvados met een mooie sigaar aanbieden. Mijn liefje wat wil je nog meer.
Ik zweeg en staarde in het vuur van de open haard terwijl ik mij realiseerde dat ik wel heel veel inspirerende mensen had ontmoet, waardoor ik mijn geest weer een beetje opgepoest en bijgeslepen had. Maar dat verschil tussen die systemen moest ik toch nog ‘ns vragen.
Helemaal met je eens, Hans. Marijnissen is, net als alle andere politici een opportunist. Hij heeft, gezien zijn positie als volks(?)- vertegenwoordiger binnen een failliet politiek systeem, belang bij een gesimplificeerde en polariserende beschrijving van de werkelijkheid en houdt niet van nuancerende en genuanceerde details. Zie bijv. zijn opvattingen over de stand van zaken in ons onderwijs. Ons Rijnlandse gedachtegoed ter beschikking stellen aan deze politici staat gelijk aan het krachteloos maken ervan omdat zij vervolgens dit gedachtegoed zullen afvlakken tot een model waarmee ze hun eigen, virtuele en vereconomiseerde werkelijkheid in stand willen houden.
Inderdaad: niet meer ambiëren dat politici zich scharen achter het Rijnlandse maar hen verre van ons houden. De kracht van onze samenleving ligt in de mensen zelf, niet in haar vertegenwoordigers.
Ik was erbij, op het ‘Grote’ Rijnland congres (megalomanie is niemand vreemd). Ik heb me tranen gelachen en gelaafd aan de andere wind; anders dan op de meeste als leerzaam bedoelde bijeenkomsten op organisatie-gebied.
En dan kom Jan Marijnissen langs. Ook erg leuk en misschien was een gesprek over hoe je ‘Slow politics’ kunt realiseren in een wereld die door wanen en hypes wordt geregeerd best leerzaam geweest. Veel bestuurders in bedrijven hebben immers een nog veel kortere horizon dan 4 jaar. 4 maand is voor de meesten al te veel, want dan zeurt de SEC alweer over achterstand in de kwartaalrapportages.
Maar helaas, ook Rijnlanders hebben zo hun Pavlov-reacties. In plaats van de woorden van Marijnissen op te vatten als steun voor de noodzaak van hernieuwd waardering voor vakmanschap van leerkrachten, waren de tenen weer erg lang. Oude en recente kwetsuren werden luidruchtig met de zaal gedeeld. En ogenblikkelijk wordt achteraf de discussie en de bijdrage van Marijnissen in het politieke vlak getrokken. Om vervolgens -zoals op weblogs en in openbare diascussei tegenwoordig gebruikelijk is- direct daarna op de man te spelen: Marijnissen is een opportunist! en trouwens: het hele politieke systeem is ook failliet, dus weg ermee!
Nog afgezien van de vraag of de SP wel zo ‘links’ is, het is een vorm van schematisch denken die me vreemd is. Marijnissen ‘eigent zich niks toe’, hij deelt in het ongenoegen waar de hele zaal zich in wentelde. Natuurlijk vanuit zijn eigen perspectief, niets menselijks is hem vreemd. Zoals de onderwijzers in de zaal hun eigen perspectief hadden, de IT-ers probeerden alle verwarring in modellen en voorschriften te proppen (sorry voor de generalisatie jongens en meisjes), voor Cesar Zuiderwijk elk probleem een drumstel is, het ex-SER-Kroonlid probeerde kool en geit te sparen en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Wanneer zullen we leren al deze verschillen te waarderen? Wanneer zullen we elke bijdrage -binnen wat fatsoenlijk is wellicht?- kunnen zien als een poging bij te dragen aan nieuwe beelden, nieuwe vormen van organiseren. Als Rijnlands organiseren iets te maken heeft met respectvolle omgang, vakmanschap, erkenning van kunde en kunst (niet een kunstje), van trots op elkaar en dat willen delen en meer van die tranenopwekkende woorden, zouden we er dan niet eens mee kunnen beginnen?
Ontwikkel niet, geniet zelf.