Vakmanschap en waardigheid
Vakmanschap en regelzucht verdragen elkaar niet. Dat is helder, want een vakman weet wel hoe het moet. Je mag een vakman wel zeggen wat er moet gebeuren, maar laat het ‘hoe’ alsjeblieft achterwege. Van het ‘hoe’ gaat een vakman hyperventileren.
Toch is het in tal van beroepen schering en inslag dat vaklieden wordt verteld hoe ze dingen moeten doen. Hen wordt ook verteld wat ze moeten doen, maar vooral de hoe-instructies doen zeer. Ook is het ‘wat’ geregeld een pijnpunt. Een echte vakman zou sommige zaken uit zichzelf namelijk nooit doen.
In het onderwijs bijvoorbeeld zal een echte vakman er niet over peinzen een mooie module in stukjes te knippen en dan voor elk stukje een andere ‘vakman’ aan te wijzen. Een echte vakman zal een module zo definiëren dat er een samenhangend aantal onderwerpen aan de orde wordt gesteld in zo’n module die door één vakman gegeven moet kunnen worden. Die zelfde vakman is zich bijvoorbeeld erg bewust van een ander onderdeel van zijn vak, namelijk dat van contact en relatie tussen student en docent. Die chemie is nodig voor inspiratie, voor enthousiasmering, voor mogelijkheden in te spelen op actualiteiten, op gebeurtenissen tijdens de les, enzovoorts. Dat weet een vakman gewoon. Dat weet een vakman als geen ander.
Efficiëntiedriften hebben geleid tot het in stukjes knippen van op zich erg mooie inhouden. Al het geregel en gerooster dat met dit soort van onderwijs gepaard gaat levert precies het tegenovergestelde aan efficiëntiewinst op: het is omslachtiger, het haalt elke vorm van improvisatie uit het proces en bij onverwachte gebeurtenissen stort het bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar. En… het is vele malen duurder.
De vakman wordt door de ontwerpers niet meer gezien als een mens met waardigheid, als een mens die trots is op zijn vakmanschap; de vakman wordt gezien als een onderdeeltje in een strak geregeld systeem, als een element met financieel economische nuttigheid.
Vaklieden in dit soort werksituaties moeten niet meer zeuren. In opstand moeten ze komen. Ze weten dat ze niet de enige zijn. Ze weten ook dat het systeem het zonder hun inbreng niet redt. Toch blijven? Je toch conformeren? Prima! Maar noem jezelf dan geen vakman meer.



Mooi gezegd Hans. Dit stuk is me uit het hart gegrepen. Alleen de laatste alinea vind ik lastig. De oproep tot verzet steun ik beslist, maar de opmerking dat een vakman die zich niet verzet, zich geen vakman meer mag noemen, vind ik wel ver gaan. Als je het uitlegt als een provocatie die bedoeld is om mensen uit te dagen in verzet te komen, is ‘ie misschien verdedigbaar.
Anderzijds stel ik me een vijftigjarige vakman voor, met twee studerende kinderen en een hypotheek. Kun je van zo iemand verwachten dat ‘ie in verzet komt? Ik kan me voorstellen dat zo’n vakman, die vaak buiten het onderwijs weinig kansen heeft op de arbeidsmarkt, noodgedwongen voor zekerheid kiest. Het is zuur om het laatste stukje houvast dat iemand in het werk heeft, namelijk het zelfbeeld van vakman, onderuit te halen. Veel mensen in het onderwijs voelen zich al murw gebeukt door alle veranderingen. Ik vraag me af of zo’n provocatie dan nog het gewenste effect heeft.
Maar voordat mijn kritiek de boventoon lijkt te gaan voeren: ik vind het vooral een prachtige column die een schrijnend probleem helder onder de aandacht brengt.
@Jeroen: Ben het helemaal met je eens: eens een vakman, altijd een vakman. Wat ik p[robeer te zeggen is dat het momentum er nu echt eens iets aan te gaan doen er nu helemaal is! Kom op, en laat je stem horen.