Gemiddelde consumenten aller landen, verenigt u!
Deze week werden wij boer(inn)en in ons zorgeloze bestaan opgeschrikt door onze minister van landbouw, Gerda Verburg. Die heeft deze week eens laten weten dat het allemaal anders moet en dat binnen 15 jaar de veehouderij in alle opzichten duurzaam wordt, met ‘met respect voor mens, dier en milieu waar ook ter wereld” en „Het vee vertoont natuurlijk gedrag, krijgt daglicht en ondergaat nauwelijks tot geen fysieke ingrepen.’ Stel je voor, gewoon daglicht en nauwelijks fysieke ingrepen, een soort voorportaal voor het dierenparadijs.
Dat ‘nauwelijks’ is wel enigszins verdacht en kan in handen van de boer nog wel eens ingrijpender zijn dan gehoopt, maar toch. In huize Duijnhouwer werd emotioneel gereageerd op deze verlate kerstboodschap en werd overwogen ons stemgedrag eens grondig te herzien bij de eerstkomende verkiezingen.
Nu lijkt het erop dat dit vooral met het toverstokmodel tot stand moet komen, want ‘De concrete invulling in zijn veelkleurige en diverse verschijningsvormen moet vanuit de dynamiek en het samenspel tussen de ondernemers en de samenleving zelf komen.’ Ik weet niet hoe het de lezer vergaat, maar mijn gemoed schiet vol bij het lezen van zulke zinnen. Mijn vertaling hiervan is, dat de overheid aan de kant gaat staan en eens rustig afwacht wat er gaat gebeuren. Uiteindelijk was de veehouderij ook helemaal niet ontevreden met deze toekomstvisie, want de sector mag eigenlijk zelf bepalen wat haalbaar is.
Megastallen mogen, als ze maar mooi ingepast zijn in het landschap, en als het vee er natuurlijk gedrag kan vertonen. En waar natuurlijk alle boeren enorm mee ingenomen waren, is de nadruk op de consument. ‘In 2011 moet de gemiddelde consument zich bewust zijn van de impact van zijn consumptiegedrag op mens, milieu en dierenwelzijn, waar ook ter wereld.’ En als de gemiddelde consument (enig idee hoe die eruit ziet, trouwens?) zich ondanks de Postbus 51 spotjes over drie jaar niet bewust is van zijn rol in het beleid, tja dan houdt het blijkbaar even op.
Toch eigenlijk wel een mooi beroep om minister te zijn. Je schetst vrolijk een dierenparadijs en zegt vervolgens dat je er niet veel aan kunt doen en dat het vooral de consument is die moet veranderen. Het is natuurlijk op zich een waarheid als een koe, maar als je ziet hoe lang het geduurd heeft voor op deze manier de legbatterij is afgeschaft of het onverdoofd castreren van biggen. Misschien dat het op deze manier nog 15 jaar duurt voor alle varkens en kippen daglicht in hun hokken krijgen. Bij nader inzien begin ik langzaam te twijfelen of ik bij de volgende verkiezingen nog wel een voorkeursstem op Gerda uitbreng.


