Bureaucratiefundamentalisme
Ik heb van mei 2003 tot mei 2007 met veel genoegen als lector Career Development gewerkt bij de Fontys Hogescholen, standplaats Tilburg. Het was een buitengewoon uitdagend project van vier jaar. Collega Wouter Reynaert, met wie ik deze duobaan deelde, en ik hebben in die vier jaren geweldig veel nieuwe concepten en ideeën uitgewerkt en het vakgebied Loopbaanontwikkeling verrijkt met veel nieuwe en baandoorbrekende methoden en technieken. Met het SerendipiteitSpel kregen we nét niet de Onderwijsinnovatieprijs in 2006. We werden nipt tweede. Ai! We sloten het vierjarig project af met een boek, geschreven door onszelf en de leden van de kenniskring. Titel: “Labyrintologie. Dwalen in Loopbaanland”.
De lezer begrijpt: ik ben apentrots op wat wij met heel veel anderen in het lectoraat wisten los te maken en tot stand te brengen. Niet dat we precies alles hebben bereikt wat we wilden, maar wel zo veel dat de interne kwaliteitsaudit uitwees dat we één van de meest productieve lectoraten van Fontys waren.
Natuurlijk hadden wij, net als vele lectoren en andere professionals in Hbo-instellingen, regelmatig last van de bureaucratie en de regelzucht in een dergelijke grote onderwijsinstelling. Lang neem je dat voor lief, of op de koop toe. Maar op het moment dat het voldoen aan voorschriften van managers en controllers de lol in het werk bederven, op het moment dat je het gevoel krijgt steeds meer tijd kwijt te zijn met het afleggen van verantwoording voor dingen waar je niet meer aan toekomt, op het moment dat je gedwongen wordt urenstaten van leden van de kenniskring op te vragen, op dat moment besluit je dat het mooi is geweest. Als vakmanschap wordt geplet tussen de molenstenen van management en bureaucratie, dan haakt deze jongen af.
Waarom al deze ontboezemingen? Dat zal ik u zeggen.
Ik ontving gisteren het verzoek een tekenbevoegdheidsformulier, zo heet dat heus, in te vullen. De rekenmeesters, accountants genaamd, hadden bij de controle van de jaarrekening van het lectoraat over 2007 ontdekt dat dit formulier ontbrak, terwijl dat wel nodig is voor de bevoegdheid om de urenstaten van de leden van de kenniskring te ondertekenen. Nu heb ik nooit een urenstaat opgevraagd, laat staan getekend. Dus lijkt me de afwezigheid van de bevoegdheid om iets te doen wat ik nooit heb gedaan nogal onzinnig. Bovendien lijkt het me nogal onzinnig om op 28 mei 2008 tekenbevoegdheid te krijgen voor de periode mei 2003 – mei 2007. Kan dat juridisch wel: bevoegdheid krijgen voor het verleden?
Hoe dan ook: ik stel voor om voor dit type gedrag van de controlefreaks, die zichzelf deftig accountants noemen, de term bureaucratiefundamentalisme te gebruiken.



Fontys zou wat meer waardering kunnen opbrengen voor de resultaten van de kenniskring-groep. Boek en Spel alsboven genoemd, blijken nl. in de praktijk zeer de moeite waard…. Maar… van zo’n briefje invullen zou je ook een ludieke actie kunnen maken, samen met de kenniskring, misschien.
Deze idioterie kennen we in gemeenteland al heel lang, en in verhevigde mate sinds de invoering van het dualisme. De gemeentewet is zo aangepast dat we al geruime tijd voordat een verkeerslicht op rood denkt te gaan, stoppen voor het groene licht. We controleren ons suf, veelal nog voordat we begonnen zijn. Denk eens aan de keren in de raad waarbij gevraagd wordt of het zo wel kan.
Op grond van de gemeentewet moet de gemeenteraad controleren, dat kan met behulp van de accountant, de rekenkamer(commissie)of door zelf onderzoek te (laten) doen, al of niet met ambtelijke hulp. Intern heeft de concern controller het toezicht op de administratieve organisatie en het gebruik van de afgesproken protocollen en het kwaliteitsniveau, het college zelf moet in een cyclus van 8 jaar alle programma’s en paragraven toetsen op de effecten van het door hen zelf gevoerde beleid. En tenslotte controleert achteraf de provincie ook nog eens alles.
Daartussen door vindt in de sfeer van de Wet Werk en Bijstand regelmatig controle door het ministerie plaats op het vlak van de rechtmatigheid bij het verlenen van de uitkeringen. Als er een document(je) ontbreekt wordt de gemeente gekort op de financiering. Iemand van dik in de 60, die onderaan de loonladder staat en nog nimmer in het buitenland geweest is, dat ook niet betalen kan, moet bij het aanvragen van een bijdrage uit de bijzondere bijstand om zich te legitimeren in het bezit van een paspoort zijn. Zelfs als de persoon bij de gemeente volledig bekend is dit niet te voorkomen. Verstrek je de bijstand toch en wordt dit tijdens een controle gezien, dan levert dit een korting op. En denk erom dat de Haagse jongens en meisje hierop jagen. Ze worden er zelf ook op afgerekend.
Kortom, we steken jaarlijks tonnen in dit soort ongein,