De psychologie van de boer
Deze week ga ik een poging doen de psychologie van de (Nederlandse) boer te doorgronden naar aanleiding van de nieuwsbeelden met de melk. Wat bezielt een boer om dagelijks 2000 liter melk over zijn grond te laten lopen? Waarom blijft een boer(in) jarenlang produceren voor verkoopprijzen die onder de kostprijs liggen? Waarom zet een boer geen bordje te koop in zijn tuin en begint een carrière als TV presentator, profvoetballer, notaris of IT specialist?
Ik moet het antwoord beginnen met een gezegde: de neuzen van boeren wijzen pas dezelfde kant op, als ze dood en begraven zijn. De eenheid tussen Nederlandse boeren is ongeveer even groot als die tussen onze katten. Ook op dit moment ruziën ze over de te voeren actie, verwijten elkaar dure nieuwe trekkers te kopen, de varkenshouders hebben volop leedvermaak tegenover de melkveehouders en de belangenorganisatie, de LTO, laat helemaal niets van zich horen. Dat schiet natuurlijk niet echt op als je samen een vuist wil maken.
Dat verhaal over die kostprijs is lastig. Het Landbouw Economisch Instituut rekent keurig uit hoe een gemiddeld bedrijf eruit ziet, hoeveel koeien, hoeveel melk, hoeveel grond, hoe duur het voer, de diesel, de loonwerker zijn, etc. Plus de aflossing en rente op schuren en melkquotum. Maar een gemiddeld bedrijf bestaat niet. Onze buurman heeft een pachtbedrijf, een oude melkstal en oude machines, heeft nooit quotum bijgekocht, waardoor zijn kostprijs aanzienlijk lager ligt dan de 43 cent waar het LEI vanuit gaat.
Verder rekent het LEI het aantal uren uit de boer en boerin op hun bedrijf werken en vermenigvuldigt dat met een CAO loon en vanaf dat moment gaat het overal in de landbouw mis. Heel weinig boer(inn)en houden een redelijk uurloon over als ze na aftrek van alle kosten uitrekenen wat er voor hen overblijft. Wat wij bekijken is of er aan het eind van het jaar een enigszins redelijk familie inkomen over is, los van de uren die er gewerkt zijn. En soms valt ook dat tegen. Twee weken geleden spraken we een broer van vrienden die een bedrijf heeft met 70000 kippen. Dat lijkt aardig wat – in een maand produceert hij twee miljoen eieren – maar dat is niet genoeg om van te leven! Hij werkt er 4 dagen in de week bij als medewerker van LTO.
Waarom komen er dan geen Te Koop bordjes in de weilanden? Elk normaal bedrijf stopt als het geen geld oplevert, maar dat geld niet voor familiebedrijven. Allereerst zit er vaak heel veel geld (miljoenen) in die bedrijven, en ze kunnen meestal niet verkocht worden, zeker niet op momenten dat de prijzen slecht zijn. Daarnaast is er die akelige boerentrots, waardoor je een bedrijf uit schaamte voor je buren en familie niet kunt beëindigen. En, de waarheid moet gezegd worden, niet elke boer(in) is geschikt om TV presentator, topvoetballer of notaris te worden. Als ze tot nu toe overleefd hebben zijn het gewoon goede ondernemers.
Kortom, voor het snelle geld moet je gewoon geen boer worden, dan kun je beter een ander beroep kiezen. Maar als je houdt van vrij een ongebonden bestaan in de buitenlucht, als je kunt leven met de grillen van het klimaat en een onzeker inkomen, dan is het absoluut een prachtig beroep.


