Rwanda
Onze ‘Uit het buitengebied’-redacteur Jopie Duijnhouwer was even terug in Rwanda. Hier zijn relaas. Heeft niets met Regelzucht.nl te maken, maar het is te aangrijpend om niet te plaatsen. Jopie, bedankt voor deze inkijk in Rwanda.
Een verhaal over Rwanda, dit keer over onze eigen straat, waar we destijds woonden.
Het wordt geen vrolijk verhaal, maar op de een of andere manier vind ik dat ik dit verhaal moet delen. Vaak horen we via de media dat er weer duizenden of zelfs tienduizenden mensen op de vlucht zijn geslagen. Dit is het verhaal van onze buren, buitengewoon sympathieke en gastvrije mensen waar we 2,5 jaar lief en leed mee deelden, en laat zien wat het voor een gezin betekent om dit mee te maken.
Onze straat is een doodlopende weg van een paar honderd meter, die begint op dé kruising van het dorp, waar het gemeentehuis staat, boven langs een heuvelrand slingert en eindigt bij een klooster. Toen wij er nog woonden stonden er een stuk of 6 huizen, nu bijna 20. Onderweg naar ons huis komen we langs het huis waar een jong Belgisch stel een werkplaats had waar ze zonnepanelen en zonnecollectoren bouwden. Alles ziet er gewoon uit, met borden met Solarpower achter de ramen. We kloppen aan, maar een bewaker verteld dat het al 14 jaar leeg staat! Het is nog helemaal intact en wordt zelfs bewaakt in afwachting van de terugkeer (?) van de Belgen.
Ons huis ziet er nog prima uit aan de buitenkant, maar waar het vroeger in zijn eentje in het bos stond is het nu onderdeel geworden van een wijkje. Wij zijn onderweg naar de buren waarmee we de beste band hadden. Zij gaven allebei les op een middelbare school in ons dorp en hadden 5 kinderen. Bij aankomst ziet hun huis eruit alsof er niets gebeurd is, de buitenkant is hetzelfde, hij heeft er een mooie citrusboomgaard bij geplant. Eenmaal in de woonkamer vertelt hij het verhaal van de familie, in een monoloog van misschien wel een uur. Hij is een rasverteller, en met zijn gebaren en mimiek kan hij een hele avond praten zonder dat het verveelt.
Onze buurman was ook de laatste bekende die we zagen toen we in april 1994 het land uit vluchtten. We verzamelden ons toen ergens in een wijk van de zuidelijke stad Butare, toen we opeens een groep mensen achter een hek zagen. Eén van hen was de buurman, die op het moment dat de oorlog uitbrak daar een bijscholing deed. Vanaf dat moment
moest iedereen blijven waar hij was en zodoende zat hij 60 km bij de familie vandaan. Hier volg ik verder zijn relaas. Een andere buurman, die een auto had en erg invloedrijk was, heeft snel een vergunning geregeld en heeft hem uit het cursuscentrum weten te krijgen en verenigd met zijn familie. De leraren die in Butare achterbleven zijn volgens zijn zeggen voor het overgrote deel vermoord. Kort daarop zijn ze met hun hele hebben en houden gevlucht richting Bukavu, een grensplaats met Congo.
Daar aangekomen kwamen ze al snel aan in een vluchtelingenkamp van het type dat we ondertussen helaas maar al te goed kennen van de televisie. Deze kampen werden bestuurd door de plegers van de genocide en de voormalige overheid en in stand gehouden door de voedselhulp van de VN en andere organisaties. De bewoners van de kampen konden geen kant op: de toestand in de kampen was slecht, maar ze konden de kampen niet uit omdat ze dan gebrandmerkt werden als verraders. Alleen het overwegen van een terugkeer naar Rwanda was genoeg om verdacht te zijn en ze voelden zich gegijzeld binnen het kamp. Ondertussen kregen ze geen enkele informatie over de situatie in Rwanda en leefde iedereen in de overtuiging dat elke Rwandees die weer terugkeerde naar zijn/haar vaderland zonder vorm van proces vermoord zou worden.
Vanuit de kampen werden aanvallen op Rwanda georganiseerd, wat er in 1996 toe leidde dat de nieuwe regering van Rwanda de kampen binnenviel, waardoor alle vluchtelingen weer op de vlucht sloegen, steeds dieper het Congolese oerwoud in. Onze buren hadden naast een tent twee kleine kinderen, waarvan er één op de rug gedragen moest worden en bivakkeerden daardoor altijd in de staart van de groep. Na een vlucht van 300 kilometer in het regenwoud werden zij dan ook als eerste achterhaald door de Rwandese soldaten, die hen vertelden terug te gaan naar Rwanda. Dat deden ze in eerste instantie ook, maar de verhalen over de gruwelen in Rwanda deden hen besluiten de kolonne te verlaten en weer het bos in te gaan. Ze hadden geen geld, geen schoenen en moesten van dorp naar dorp om te bedelen of om te werken om aan eten te komen. Na een tijdje werden ze steeds vijandiger ontvangen door de lokale bevolking die het wel gehad had met al die Rwandezen. De ontberingen werden zo groot dat ze de beslissing namen om toch terug te gaan, want voor een Afrikaan is het altijd beter in eigen land te sterven dan in een vreemd land.
Na een verblijf in veel verschillende terugkeerkampen kwamen ze uiteindelijk na 3,5 jaar terug in hun dorp, waar ze als geslagen honden bij het gemeentehuis wachtten op wat er met hen ging gebeuren. Hij verwachtte in elk geval de gevangenis in te gaan, omdat een lang verblijf in een vluchtelingenkamp gelijk stond aan een schuldbekentenis. Na een middag tevergeefs wachten werden ze de volgende dag eindelijk ontvangen door de burgemeester. Die ontving hen vriendelijk en hun huis dat bewoond werd door militairen werd ontruimd, zodat ze weer onderdak hadden en binnen twee weken konden ze weer aan het werk als leraar. Hun huis is weer helemaal in orde, ze hebben intussen een boomgaardje met fruit, een koe en ze hebben 100 kippen op de binnenplaats lopen. Hij is nu 60 jaar en moet over 5 jaar met pensioen. De pensioenuitkering is een kwart van het laatst verdiende inkomen, waarschijnlijk niet waardevast…
Onze buurvrouw maakt deel uit van volksrechtbanken die nog steeds bezig zijn met het berechten van schuldigen van de genocide. De buurman, die haar man uit Butare hielp thuis te komen, woont nu in Canada en is in Rwanda veroordeeld tot 18 jaar evangenisstraf.


