Wanneer domheid verdwijnt, verdwijnt ook luiheid
Een nieuw zinnebeeld
Motto en Subscriptio: Menno Dimitri Ouderkerk Pictura: Edwin Bosch

Een vader die genoot van de domheid van zijn kind, werd wantrouwig toen het kind slimme vriendjes kreeg. Het kind begon vragen te stellen, maar de vader bepaalde dat het stellen van vragen een kwalijke eigenschap was. Ook mochten de slimme vriendjes geen contact meer met zijn kind hebben. Het kind bleef dom en daardoor werd het automatisch ook lui. Toen het kind groot werd ging het ervan uit, dat iedereen alles maar voor hem deed en dat geld zomaar door sociale instellingen naar hem zou worden overgemaakt. Ondertussen waren de slimme vriendjes nog slimmer geworden en kwamen deze in belangrijke maatschappelijke posities terecht. Die slimme vriendjes van weleer vonden dat het maar eens afgelopen moest zijn met domme opvoedingen. Ze dienden de samenleving niet en kosten enkel geld. Daarom lieten ze om een voorbeeld te stellen alle oude vaders, welke vroeger genoten van hun domme kinderen, afvoeren naar vreselijke oorden waar ze spoedig overleden. Geen vader durfde nog te genieten van de domheid van zijn kind. De maatschappij ging eindelijk echt vooruit want doordat domheid verdween, verdween ook luiheid.


