Big hat, no cattle

Gewetensvragen

Jeugdzorg

Onderwijs

Regelzucht

Home » Moderne democratie

Spugen op kleine leiders

Door Evelien Tonkens op 20 maart 2009 – 1:17 Geen reacties

sociale-cohesie.jpgVeel mensen verlangen naar een grote leider, maar bespugen kleine leiders. Dat is het verband tussen de populariteit van Wilders en de toenemende agressie en asociaal gedrag tegen buschauffeurs, treinconducteurs, politie en hulpverleners. Veel mensen verlangen naar grote leiders die ons chaotische leven weer zin en richting geven. Maar voor kleine leiders, die we zelf hebben aangewezen om ons bijvoorbeeld in de bus van A naar B te leiden, kunnen we geen respect opbrengen. De honderden klachten van buschauffeurs die deze week bij de FNV binnenstromen spreken boekdelen. Wie zijn zij helemaal om ons de les te lezen? Of we vinden hun instructies terecht maar dan ook overbodig – dat konden we zelf ook wel verzinnen! Of we zijn het niet 100 procent eens en gaan meteen in discussie. Berichten over graaiende bestuurders, een verslaafde arts en over leraren die niet kunnen rekenen, geven het toch al zwakke gezag het laatste duwtje richting afgrond.
Gezag is in crisis. Het is de late vrucht van de opstand tegen het gezag van de jaren zeventig, gevolgd door een paar decennia neoliberalisme waarin het individu en de markt de hoogste bazen waren. Gezag heeft sindsdien geen ijkpunten meer. Ooit berustte het op twee peilers. Ten eerste een hogere opleiding en een hogere klasse dan het merendeel van de mensen over wie men gezag uitoefende. Dat gold voor dokters, onderwijzers en dominees meer dan voor conducteurs, maar toch. Ten tweede was tegenspreken gevaarlijk, want daarvoor waren gezagsdragers te machtig. Ze konden je straffeloos kleineren en slecht behandelen als je iets deed wat hen niet beviel.

In de jaren zeventig kwam daaraan een einde. Gezagsdragers werden onbeschaamd belachelijk gemaakt en hun macht werd drastisch ingeperkt, bijvoorbeeld via klachtrecht. Wat ieder gezag vooral betwist maakte, was in de woorden van de Amerikaanse historicus Clecak de ‘democratisering van het persoon zijn’: het idee dat iedereen, maar dan ook echt iedereen, een persoon is en als zodanig respect verdient. Ook gekken, criminelen en dommen. Ook kleine gezagsdragers? Die vraag zou destijds belachelijk zijn geweest, maar nu moet de boodschap van de ‘democratisering van het persoon zijn’ juist op hen worden toegepast.

Slechts een enkele exotische anarchist meent nog dat we het zonder gezag kunnen stellen. De meeste mensen erkennen dat we er niet aan ontkomen om sommige mensen tijdelijk en voorwaardelijk autoriteit en gezag toekennen. Onder welke voorwaarden? Daar worstelen we nog mee. Veel mensen vinden nu dat gezagsdragers hun gezag voortdurend moeten verdienen. Ze menen dus dat zij altijd en overal met gezagsdragers in debat mogen gaan. Dat is een vruchtbare bodem voor brutaliteit en agressie. Van automobilisten bijvoorbeeld die menen zelf wel te kunnen bepalen of het verantwoord is om 140 km per uur te rijden of beschonken achter het stuur te kruipen. Als de politie ze aanhoudt, gaan ze omstandig in discussie: ‘maar agent, er was geen kip op straat!’ En als de buschauffeur ze aanspreekt op hun voeten op de bank, oreren ze dat ze dat thuis ook doen en dat hun schoenen helemaal niet vies zijn, kijk maar!

Gezag kan niet meer op de oude peilers gestoeld worden. Gezagsdragers zijn niet langer hoger opgeleid dan gemiddeld en klassenachtergrond is terecht geen grond meer voor gezag. Ook hun almacht is dankzij klachtenprocedures, inspraak en ombudsman verleden tijd. Maar hoe moet gezag wel worden vormgegeven? Welke plaats moeten we er in een democratische samenleving aan toekennen? Gezag nemen en toekennen moeten we zien al een tijdelijke en vaak willekeurige afspraak. Een rollenspel. We zouden best van rol kunnen ruilen. Maar wie die rol heeft en dus een gezagspositie bekleedt, moet die wel uit kunnen oefenen. Ik ben geheid hoger opgeleid dan de agent die mij aanhoudt als ik door rood rijd, de straat was vast verlaten en mijn actie ongevaarlijk. Maar we hebben die agent de taak gegeven om door roodrijders op de bon te slingeren, en dus is het mijn democratische burgerplicht om die boete te betalen. Zonder morren en zonder uitleg over hoe stil het was en hoe verantwoord rijden door rood licht dus in dit geval. Als het me niet bevalt hoe die agent me behandelt, kan ik klagen, maar bij voorkeur achteraf.

De vormgeving van gezag en autoriteit in een democratische samenleving is een urgent probleem. Alleen strenger optreden helpt niet, het gaat ook om het besef dat burgerschap is: regeren én geregeerd worden. Zonder dat besef blijven conducteurs, chauffeurs en hulpverleners de dupe.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.