Het recht op speelgoed
Een nieuw zinnebeeld
Motto en Subscriptio: Menno Dimitri Ouderkerk Pictura: Edwin Bosch

Direct na de verkiezingen namen de moralisten de regering op zich. Het eerste verbod welke ze uitvaardigden was het verbod op speelgoed. Alle kinderen werden gedwongen hun speelgoed in te leveren en speelgoedhandelaren moesten hun zaken sluiten. Door de straten reden lange rijen vuilniswagens om alles op te halen. Door de consumptiemaatschappij bleek er zoveel speelgoed te zijn geproduceerd, dat men het niet eens allemaal meteen kon verwerken in de verbrandingsovens. Er werd besloten om het speelgoed in de Noordzee te storten. Men vergat echter het speelgoed voldoende te verzwaren waardoor het niet zonk, maar terugdreef naar de kust. Het speelgoed begon de vaart van schepen te belemmeren. De import en export waar het land afhankelijk van was kwam stil te liggen. Door dit blunderen van de moralisten, kwamen ze tot val. Miljoenen kinderen gingen feestvierend de straat op. Het recht op speelgoed en fantasie had gewonnen, dachten ze… Maar een nieuwe regering trad aan en voerde enkel het bestaande beleid wat effectiever uit.


