Als het niet bestaat, dan moet men het ding zelf maken
Een nieuw zinnebeeld
Tekst: Menno Dimitri Ouderkerk Cartoon: Edwin Bosch

In de winkel waar hij de noodzakelijkheden kocht, stond het assortiment op schappen. Hoewel het overduidelijk was, wat daar allemaal stond vroeg hij naar iets wat hij niet zag liggen. De man, die de functie van winkelier vervulde, antwoordde negatief en zei dat hij het ding niet kende. De winkelier verwees daarbij naar de schappen en verklaarde, dat indien het hier niet zou liggen het waarschijnlijk gewoon niet bestond. Onverrichte zake verliet hij de winkel en keerde terug naar huis. Daar wachtte zijn vrouw, deze was niet geamuseerd. Ondanks zijn pogingen om het nader uit te leggen, dat het ding gewoon niet bestond, bleef zijn vrouw boos. Het ging zelfs zover dat hij niet meer naast haar mocht slapen. Om dit te doorbreken fabriceerde hij zelf in zijn schuur het gewraakte ding. Dit gaf hij aan haar en de rust en het geluk keerde terug in zijn huis. De volgende dag ging hij naar de winkel en deed tegenover de winkelier zijn verhaal. Deze was geïnteresseerd en bestelde meteen duizend van dezelfde dingen bij hem. Nu staat hij avond aan avond in zijn schuur het ding te produceren, hij moet zelfs s’nachts doorwerken. Bij zijn vrouw heeft hij nooit meer geslapen.


