Importbruiden (2)
Honderden reacties kreeg ik op mijn steun voor strengere eisen aan importhuwelijken die de regering heeft aangekondigd, grotendeels op volkskrant.nl/opinie na te lezen. Bijval, maar ook verontwaardiging van vooral witte mannen die al lang wisten hoe beroerd het leven van importbruiden is. Helaas komen ze met weinig concrete voorstellen voor verbetering.
Er waren ook nogal wat mensen die mij als rechts wilden ontmaskeren. ‘Evelien, heel langzaam begint bij jou het besef door te dringen dat je waarschijnlijk rechtser bent dan je zelf toe durft te geven’, schreef ene Wiebold. Om vervolgens de voorstellen rechts te omarmen, als bijdrage aan immigratiebeperking in het algemeen. Daarmee scheiden onze wegen echter, want ik pleit niet tegen immigratie, maar tegen huwelijksdwang en huiselijk geweld die gedijen onder de misplaatste vlag van vrije partnerkeuze.
Pro memorie: de regeringsplannen betreffen hogere eisen aan de beheersing van het Nederlands, verbod op neef- en nichthuwelijken en de bestrijding van fraude en huwelijksdwang, ook in Europees verband. Verder gaat de regering studeren op mogelijke maatregelen, zoals aanvullende opleidingseisen, verhoging van de minimumleeftijd voor erkenning van elders gesloten huwelijken van 15 naar 18 jaar, en verhoging van de minimumleeftijd voor gezinshereniging naar 24 jaar. Ik bekritiseerde Eerste Kamerlid Tineke Strik die deze maatregelen een aantasting van het recht op vrije partnerkeuze vindt (Trouw, 6 oktober).
In haar reactie in de Volkskrant zegt Strik dat niet bekend is hoeveel mensen slachtoffer zijn van een gedwongen huwelijk (Geachte redactie, 12 oktober; volledige versie op volkskrant.nl). De regering geeft wel een schatting: het zou gaan om een kwart van de zesduizend jaarlijkse Turkse en Marokkaanse importhuwelijken, dus ongeveer 1.500 huwelijken per jaar. Te veel om als incident af te doen.
Een Brits onderzoek (Forced marriage, van M. Hester e.a., 2008) toont volgens Strik aan dat strengere immigratieregels huwelijksdwang niet tegengaan, maar vrouwen slechts kwetsbaarder en afhankelijker maken. Maar dat onderzoek gaat helemaal niet over de effecten van de maatregelen waartoe de regering besloot. Het gaat slechts over de visie van betrokkenen en slachtoffers op één van de nader te bestuderen maatregelen, namelijk leeftijdsverhoging tot 24 jaar. De slachtoffers achten de risico’s van die maatregel nauwelijks groter dan de voordelen. Het risico dat importbruiden door strengere eisen in de illegaliteit worden gehouden, is inderdaad reëel. Maar dat risico bestaat al en wordt door een hogere leeftijdsgrens niet per se groter.
De hogere taaleisen die de regering voorstelt, zijn al helemaal geen probleem. Duitsland hanteert deze taaleisen al, en dit blijkt geen negatieve effecten op toegang van lageropgeleiden te hebben (onderzoeksrapport van Triari, juli 2009).
Strik pleit voor een ‘heel gerichte en samenhangende aanpak om slachtoffers te ondersteunen en te beschermen en daders te vervolgen’. Aan die vage eis voldoet het plan van de regering natuurlijk. Terecht pleit ze ook voor meer preventieve maatregelen, zoals ondersteuning van initiatieven uit de gemeenschap en voorlichting aan migranten en professionals. Zulke voorstellen zijn een welkome aanvulling van de regeringsvoorstellen, maar geen reden tot afwijzing.
Het beoogde beleid, besluit Strik, treft ‘talloze mensen, onder wie ook veel autochtone Nederlanders’, die we via aanscherping zouden ‘dwingen te leven zonder hun partners en kinderen’. Is dat de aap uit de mouw: de angst dat de voorgestelde maatregelen autochtonen in hun vrije huwelijkskeuze belemmeren? Zijn er dan veel autochtonen die onder de beperkingen leiden? ‘Kijk maar eens op buitenlandsepartners.nl naar de verhalen over hun gevecht met de regels om bij elkaar te kunnen wonen’, schrijft Strik.
Dat heb ik gedaan. Daar kwam ik inderdaad vooral autochtone Nederlanders en allochtonen van buiten Turkije en Marokko tegen. Zij klagen niet zozeer over taal- of leeftijdseisen, maar wel over de inkomenseis van 120 procent van het minimumloon die je het komende jaar aantoonbaar moet verdienen om je partner hier te mogen verwelkomen. Deze eis is vooral voor vrouwen, zelfstandigen en mensen met tijdelijke contracten een probleem.
Zo komen we tot een mooie aanvulling op de regeringsplannen: de preventieve maatregelen die Strik voorstelt plus verlaging van de inkomenseis. Geen van die aanvullingen ondermijnt echter de noodzaak van het meer restrictieve en preventieve beleid dat de regering nu voorstelt.



Beste mevrouw Tonkens,
Ik kan uw redenatie aardig volgen. Echter ik heb ook een vraag hoe komt u erbij dat er 6000 importhuwelijk plaastvinden bij marokkanen en turken. In de overzichten van het CBS zijn er in 2007 470 Marokkaanse Nederlanders met een partner getrouwd in het land van herkomst.(meest recente cijfers)
Mag ik erop vertroouwen dat u wel de juiste feiten gebruikt?
Aan zowel Evelien Tonkens als Tineke Strik zou ik het boek van Joke van der Zwaard ten zeerste willen aanbevelen, ‘Gelukzoekers, Vrouwelijke huwelijksmigranten in Nederland’.
Dit geeft een genuanceerd beeld van de zogeheten ‘importbruiden’, die ieder op zich een eigen achtergrond, opleiding hebben. Om met Máxima (ook importbruid overigens) te spreken: dè importbruid bestaat niet. AL zijn er dingen waar veel vrouwen tegenaan lopen. En dat is heus niet alleen een dwingende man/schoonfamilie!
Zo blijkt dat er méér dingen zijn die de politiek en maatschappij zich zouden moeten aantrekken, als deze pretenderen zich om het lot te bekommeren van deze vrouwen. Zoals de weerbarstige, barre regels rond diplomawaardering, de matige kwaliteit van veel NT2-cursussen, waardoor geen aansluiting op een (vervolg)opleiding. Waardoor veel vrouwen, die verwacht hadden in dit ‘geciviliseerde’ land een goede toekomst op te bouwen, gedegradeerd worden tot het aanrecht (heus niet / niet alleen door hun echtgenoten), en tot hun verbazing het gevoel krijgen in het nieuwe land bij nul te moeten beginnen.
Ik denk dat dáár iets aan gedaan moet worden. Het vergemakkelijken van (vervolg)opleidingen, empowerment van al deze vrouwen, enz.
De problematiek van vrouwenonderdrukking is trouwens niet eigen aan één of enkele bevolkingsgroepen. Ook autochtonen kunnen er wat van, zo blijkt uit verschillende (al dan niet gebroken) Nederlandse gezinnen die ik in mijn omgeving zo zie.
Daarentegen zie ik ook sterke allochtone vrouwen (óók uit Turkije en Marokko), die heel wat ambities hebben (en hun man onder de duim, of gewoon een meewerkende, goedwillende man), maar die dan vastlopen tegen bovengenoemde weerbarstige werkelijkheid, beperkende vooroordelen (zoals dat ze gezien, benaderd en betutteld worden in hun rol als ‘moeder’, in plaats van ‘een vrouw met heel wat in haar mars’, verwachtingen, ambities), etc.
Kortom, lézen dat boek! En er beleid op afstemmen!!