Aandacht

De Coach

Gewetensvragen

Het kind als machientje

Manuel’s week

Home » Big hat, no cattle

Big hat, no cattle (Deel 1)

Door op 3 november 2009 – 1:43 Geen reacties

AktetasKritiek is van alle tijden

Gaf Fousert in 2000 zijn boekje over rol en positie van de P&O’er aan de titel ‘P&O, passé en overbodig?’ een vraagteken mee, als we als vakgenoten niet uitkijken, dan schrijven we met zijn allen binnen afzienbare termijn een afscheidsboekje met de titel ‘P&O, passé en overbodig!’, maar dan wel met een vet uitroepteken! Zijn we binnen afzienbare tijd dan echt overbodig of is er nog hoop? Ik denk het wel, maar dan moet er nog wel het een en ander gebeuren, op naar de P&O’er met lef!

Inleiding

Niet alleen ministers gaan op vrijdagmiddag met loodgietertassen vol met stukken naar huis, ook P&O’ers doen dat geregeld. Meestal hebben ze een onderbezette afdeling, bijna altijd zitten ze middenin weer een organisatieverandering (Bij welke organisatieverandering werk jij?), altijd in de weer met veranderende regelgeving en slechts af en toe in volledige harmonie met het management. En toch blijft de waardering achter bij de inspanningen die de P&O’ers zich getroosten: ‘HR managers zijn niet bekwaam, HR streeft vooral efficiency na en voegt geen waarde toe, HR is er niet voor de lijnmanager, noch voor de werknemer, teveel standaardisatie, teveel bureaucratie, verandering is permanent, maar HR zorgt voor rigiditeit en stagnatie (Paauwe, 2005)’. Dat zal je maar gezegd worden. Erger nog, het wordt ons gezegd! Dit moeten we ons ter harte nemen.

Bovendien kwam Biemans in haar dissertatie ‘Professionalisering van de personeelsfunctie’ onder andere tot de conclusie dat P&O’ers hun eigen professie vaak met een te roze bril bezien en geen echt realistisch beeld van de werkelijkheid hebben. Zeker niet als ze hun eigen beroepsuitoefening vergelijken met recente theorievorming rond het vakgebied. Ze zien ook niet scherp naar hun directe omgeving: P&O’ers willen zich bezig houden met strategisch P&O, maar worden door zowel managers als medewerkers vooral positief gewaardeerd als zij hun administratie op orde hebben (Biemans, 1999). De P&O’er als businesspartner lijkt dus een droom.

Anderen deden hier nog een schepje bovenop of hadden de toon van het debat al eerder gezet. Zo maar wat opmerkingen over de rol en positie van de P&O’er door de jaren heen:

  • Personeelsmanagers zijn reactief en passief. Ze kunnen niet denken vanuit managementperspectief (Ritzer & Trice, 1969);
  • Successen van P&O zijn moeilijk door de P&O’ers te claimen, want P&O is niet alleen in handen van P&O. Voor wie is de P&O’er er nu eigenlijk? Managers zijn hier erg duidelijk over: voor ons! (Legge, 1978);
  • Big Hat no cattle. Mensen zijn van het allergrootste belang, maar P&O’ers hebben er nagenoeg niets over te zeggen (Skinner, 1989);
  • De meeste organisaties vinden medewerkers de belangrijkste bron van succes, maar slechts de helft van de onderzochte bedrijven geeft HR een centrale en strategische rol (Guest & King, 2004);
  • HRM en de menselijke factor liggen op de directietafel, maar de HRM-manager heeft aan die tafel nog steeds geen vaste plek (Ulrich & Brockbank, 2005).

Wordt vervolgd.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website.. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.