De rituele jeugdzorgdans
Nog niet zo lang geleden verbond Clemence Ross haar politieke lot aan de mensonterende wachtlijsten in de jeugdzorg. Met een cosmetische maatregel hier en nog zo eentje daar – overbruggingszorg als doekje voor het bloeden – liep ze schaamteloos de boel te belazeren. De boel belazeren over de ruggen van knelzittende kinderen. Nu is het weer zover.
Er komt een kritisch rapport uit over de sector en de kamer komt in de benen. Zo hoort dat: je moet op zijn minst laten merken dat je het allemaal heel erg vindt en triest en zo. De kamer mort en de minister roept dat hij harde ingrepen in de sector niet uitsluit.
Pas aan het begin van 2010 ontvouwt hij zijn toekomstvisie en dat duurt de kamer te lang. Nu wil de oppositie onder aanvoering van Groen Links een parlementair onderzoek en is de regering daar op tegen, omdat Rouvoet dan niets kan doen. Wat heeft hij dan de afgelopen jaren gedaan en wat heeft hij geleerd van wat er allemaal al is geprobeerd?
De VVD wil niet tot begin 2010 op de toekomstvisie van de minister wachten, de ChristenUnie wil voor de kerst hom of kuit en Dijsselbloem kwam met een parlementaire werkgroep op de proppen. Zo staat iedereen weer op de kaart.
Wat stond er nu eigenlijk in dat rapport? In dat rapport staat dat van een samenhangend aanbod van jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor licht verstandelijk gehandicapten geen sprake is. Dat wisten we toch allang? Ook dat Rouvoet direct aangekondigde harde ingrepen niet uit te sluiten is niet nieuw. Dat hoor je gewoon te roepen als bewindspersoon.
Of is het toch gewoon zoals een jeugdzorgmedewerker onlangs stelde: je hebt als kind recht op de zorg die voorhanden is; is die er niet, dan heb je pech. Is het niet godgeklaagd! Uw welzijn zal ons een zorg zijn…



Lekker gemakkelijk is dat, maar vertellen hoe het wel moet is er niet bij. Ik werk in de jeugdzorg en schaam me daar bijna voor. Weten jullie wel dat al decennia lang de problematiek van de jeugd die wij proberen te helpen toeneemt? Daar hoor je nooit iemand over. Het is dweilen met de kraan open en wij kunnen het alleen maar verkeerd doen.