Klantgerichtheid: een tragische vergissing!
Thuiszorgmedewerkers lopen tegenwoordig met een minicomputer om hun nek het werk te doen. Bij cliënten is een chip in de deur gemonteerd die door de thuiszorgmedewerker wordt geactiveerd bij komen en gaan. Tijd voor een praatje met hun cliënten hebben ze niet meer. Het is tegenwoordig een kwestie van een bejaarde helpen haar kousen aan te doen en dan weer naar de volgende ‘klant’. Niet minder en vooral niet meer.
Het geheel van de verzorgende functie is door bedrijfskundigen genadeloos in stukjes (lees: hapklare taakjes) geknipt. Zo kan een nog zelfstandig wonende oude dame rekenen op vijf of zes bezoekjes van de thuiszorg per dag. Eén komt er voor de medicijnen ’s morgens, één voor de pillen tussen de middag, en aan het einde van de dag komt er nog iemand voor de avondmedicatie. Dan is deze dame nog niet van het bezoek af: twee keer per week komt iemand maaltijden in de koelkast zetten. En elke dag – dan eens tussen de middag, dan eens ’s avonds – komt er weer een ander om die maaltijd in de magnetron te zetten. Ook komt er twee keer per week een fysiotherapeut haar stijve benen masseren. Oeps. Ik vergeet bijna de huishoudelijke hulp die elke vrijdagmorgen komt.
Om alles in goede banen te leiden en ‘afstemming te realiseren’ tussen al deze diensten heeft de thuiszorg een zogenaamd zorgdossier (een multomap met tabbladen, dat is handig!) neergelegd. Hierin kan elke hulpverlener boodschappen achterlaten, zodat ‘dubbelopzorg’ en onnodige overlast voor mevrouw wordt voorkomen. Een en ander gebeurt vanuit het adagium ‘De klant centraal’.
Deze organisatie is gekanteld van aanbodgericht naar vraaggericht. Kunt u het nog volgen? De huishoudelijke hulp in deze case, die al wat jaartjes over de vloer komt, schreef eens in het zorgdossier dat mevrouw erg nerveus wordt van al dat bezoek elke dag en of dat niet anders kon, want mevrouw is immers al 95…
Klantgericht? Nee. Een tragische vergissing!


