Zware beroepen
Zaterdagochtend haal ik Trouw uit de brievenbus. Met een openingsartikel over een onderzoek naar zware beroepen door TNO. Allerhande beroepsgroepen beginnen in de gaten te krijgen dat er nog een hoop te winnen valt met een goed verhaal en daarom wordt er nu benadrukt dat je naast fysiek zwaar werk ook psychisch zwaar werk hebt. TNO had nu voor verschillende beroepen in een kaartje uitgedrukt hoe zwaar een beroep psychisch en fysiek is. De beroepen met de hoogste psychische belasting zijn: docent voortgezet onderwijs, arts en verpleegkundige. Hoe ze dat zo precies gemeten hebben is niet duidelijk, maar ik kan me er iets bij voorstellen.
Het ergste van dit artikel is de positie van de tuinbouwer. Van alle beroepsgroepen heeft de tuinbouwer het wat betreft de psychische belasting het makkelijkst, makkelijker nog dan bouwvakkers, schoonmakers of boekhouders. O jee, dat wordt doorwerken tot ons tachtigste!
Nu weet ik niet wie er met “tuinbouwers” bedoeld wordt. Ik neem eigenlijk stiekem aan dat het dan gaat om het personeel dat oogst, schoffelt en gewassen verzorgt. Ik kan me niet voorstellen dat de ondernemers met 50 mensen personeel, een schuld van meer dan een miljoen en een werkweek van zeker 60 uur, waarbij er onderhandeld moet worden met de supermarkt over prijzen, met de Gasunie over gascontracten en met de bank over overbruggingskrediet, het psychisch makkelijker heeft dan bijv. een kapper.
Wij vallen ergens tussenin, maar of er in de toekomst zoveel subtiliteit in het systeem zal komen, betwijfel ik. Ik vermoed dat het beroep van beleidsmedewerker en TNO onderzoeker uiteindelijk als psychisch zeer belastend uit de bus zullen komen, die zo rond hun 55e wel op pensioen moeten. De kaarters onder ons weten het al lang: wie schrijft, die blijft.


