Niet alles wat men erft is even welkom
Een nieuw zinnebeeld
Tekst: Menno Dimitri Ouderkerk Cartoon: Edwin Bosch

Zo degelijk maakten ze meubels niet meer. De eiken kast waar hij naar stond te kijken was van zijn moeder geweest. De kast was oud, hij behoorde al meer dan een eeuw tot het familiebezit. Maar omdat hij de kast foeilelijk vond, belde hij de reinigingsdienst om de kast af te laten voeren. De wagen van het grof vuil reed voor. De vuilnismannen schrokken van de lelijkheid van de kast, en wilden hem om die reden niet meenemen. Hij belde hun chef op, maar deze weigerde nogmaals een wagen te sturen. Deze chef had veel begrip voor zijn werknemers en werd zelfs boos. Als zijn vuilnismannen met een dergelijke achterlijke kast zouden rondrijden, dan werd de hele reputatie van de vuilnisdienst onderuit gehaald. Hij bleef zitten met de kast. Niemand wilde hem kopen en zelfs in stukken te hakken lukte niet. Hoe hard hij ook sloeg met de bijl, de kast ging niet kapot. Hij zette de kast daarom maar in de woonkamer. Vrienden en familie bleven weg en hij werd steeds eenzamer. Uit wanhoop stak hij uiteindelijk zijn huis in brand. Hopende dat daarmee ook de kast zou vergaan. Dit gebeurde niet. Na zijn veroordeling in verband met brandstichting werd hij in een gevangenis geplaatst. Vanwege het cellentekort werd hij opgesloten in zijn kast. Deze was immers onverwoestbaar en met een goed slot erop was ontsnappen onmogelijk.


