Het kind als machientje deel 3
Kinderen
Ik houd van kinderen. Ik wil dat even melden. Het is de reden waarom ik mijn werk nog met veel plezier doe. Zij bevinden zich in dezelfde situatie als ik: de menselijke situatie, la condition humaine. Tussen geboorte en dood, als mogelijk–zijn. Zij bevinden zich, proberen zich een beeld te vormen van waarin zij zijn beland, proberen greep te krijgen op wat hen drijft, ontwaren betekenissen in wat gebeurt, dromen, zien geesten, horen stemmen, worden vaak niet bemind, verwaarloosd, misbruikt. Beginnen weerloos aan dit leven, zijn dikwijls kansarm, getraumatiseerd. Dat zijn veel van de kinderen die ik zie, beroepshalve. Maar je kunt altijd met ze praten, vragen hoe ze in het leven staan, tot wie zij zich wenden, hoe alleen zij zijn in hun slaap, wat zij van plan zijn, wat zij vinden van de problemen die anderen hen aanrekenen, wat zij vinden van een dreigende schoolwisseling of zij zelf vinden dat zij zorg nodig hebben en waarom dan wel of niet.
Praten tegen kinderen komt veel voor. Praten met kinderen is relatief zeldzaam. Die twee dingen worden vaak verward. De meeste kinderen die ik beroepshalve zie, hebben geen idee waarin zij zijn beland. Oh ja, er is wel tegen ze gepraat. Door ouders, door leerkrachten, door zorgverstrekkers. Maar nauwelijks met ze, zo lijkt het. Ik probeer dat wel. Bij elk onderzoek. Dat duurt. Dat wordt gauw een uur tegenwoordig, want de tijd vliegt voorbij. En zij mogen ook spelen of tekenen of alsmaar naar de WC lopen. Want ook dat is praten. Voor wie luisteren wil of kan. Het is niet een vluchtig voorafje, waarna het echte onderzoek begint. Nee, het is het onderzoek zelf. Het kind als subject, zijn verhaal, zijn leven.
Maar steeds beklemmender manifesteert zich een opvatting over diagnostiek en behandeling waarin dat niet meer kan. Het kind is ook een mens, een subject, een ontwerp, een mogelijk zijn. Ja,ja, die mooie woorden gaan wij niet tegenspreken. Het onderzoek een ontmoeting? Dat is prima. U doet uw best maar. Als U de ontmoeting maar productief laat wezen. Een I.Q., een stoornis, een achterstand, gemeten met echte instrumenten die als toelaatbaar in ons Staatsblad zijn gepubliceerd. Graag de vereiste formulieren invullen en toezenden. Niet de verkeerde dingen aankruisen.
De mening van het kind? Is niet vereist voor indicatie, mag desnoods in een voetnoot. Niet te veel informatie graag, dat werkt verwarrend, dat is gebleken uit wetenschappelijk onderzoek. U hebt overigens groot gelijk met Uw kindvisie als subject. Dat zullen wij U van staatswege ook niet verbieden. Maar het is meer een opvatting die U moet reserveren voor uw persoonlijk leven. Als professional verwachten wij dat U zich houdt aan de uniforme werkwijze. U neemt de voorgeschreven instrumenten op de voorgeschreven manier af en maakt daarbij gebruik van Uw langdurige ervaring en levenswijsheid. Hoe U dat doet, mag U zelf weten. Als U uw werk in de toeleiding maar conform de regels en binnen de beschikbare tijd ( laten wij zeggen maximaal 4 uur) verricht. Wij stellen Uw expertise zeer op prijs. Dat spreekt vanzelf. En dat U van kinderen houdt, vinden wij heel mooi. Dat lijkt ons een voordeel bij Uw werk. Veel plezier ermee.
Deel 4 op 21-1-2010


