Big hat, no cattle

Gewetensvragen

Jeugdzorg

Onderwijs

Regelzucht

Home » Tonkens' week

Volle vrijheid in een sociale woestijn

Door Evelien Tonkens op 6 januari 2010 – 13:23 Eén reactie

hyves_117Alles is mogelijk, maar het hangt wel allemaal van jou af. Of je goed genoeg je best doet en hoge cijfers haalt. Hoger dan de anderen, zodat je in de keiharde competitie kunt komen bovendrijven. Je moet geweldig je best doen, want er zit echt niemand op je te wachten. En je moet vooral doen wat je leuk vindt. En waar je goed geld mee kunt verdienen.

Zo ongeveer ziet individualisering er voor de jeugd van nu uit. Keuzevrijheid, zelfontplooiing en competitie. Je moet grote keuzes maken, maar op basis waarvan? Je moet iets nuttigs doen, maar niemand zit op je te wachten. Met de omgeving moet je vooral concurreren.

Er wordt vanuit de samenleving nauwelijks een beroep op jongeren gedaan. Er is in zekere zin geen samenleving voor hen. Geen sociale of politieke wervelwind die je meesleurt. Geen organisaties die een dringend beroep op je doen.

De maatschappij heeft je niet nodig, is de boodschap die ze vooral meekrijgen. Je doet je best maar om een plaatsje te verwerven, want plaatsmaken voor je doen we niet. Laat staan dat we je nodig hebben. Volle vrijheid in een sociale woestijn. Jongeren van nu zie je daarmee worstelen.

Decennialang is er gestreden om jongeren keuzevrijheid en ontplooiing te kunnen bieden. Nog lang niet alle jongeren hebben die, want als je geen diploma’s hebt, valt er weinig te kiezen. Maar zelfs als je wel diploma’s hebt, wat moet je dan met die vrijheid?

Vooral na het voortgezet onderwijs dringen de eindeloze, oningevulde mogelijkheden zich op. Het meest aantrekkelijk is een studie waar je alles nog mee kunt worden. Het is de keuze om alle keuzes uit te stellen. Op reis gaan, kan ook. Dan blijven ook alle opties open.

Reizen en de keuzeloze studiekeuze: het zijn symbolische routes voor jongeren die we ten diepste het gevoel geven dat ze overbodig zijn. Ze dolen meer of minder succesvol rond op internet of in het uitgaansleven. Zoveel mogelijk geld verdienen en het prettig uitgeven aan mooie spullen en uitgaan.

Vervolgens verwijten de koningin en wij hen dat ze egocentrisch zijn. Maar dat verwijt past eerder onszelf. Niet alleen doen we sociaal en politiek geen beroep op hen; de arbeidsmarkt doet dat ook al niet. Banen zijn er weinig, zeker als je weinig opleiding hebt. De economische crisis schept een economische leegte bovenop de sociale en politieke leegte.

Dit is waarschijnlijk de eerste generatie die we in zo’n sociale en publieke woestijn laten opgroeien. Je kunt wel maatschappelijk betrokken zijn, en dus voor het milieu en tegen Wilders, maar dan? Je hebt niet het idee dat dit ook maar een jota uitmaakt.

De wereld heeft zijn beloop. Jij als 18-jarige hebt daar echt geen invloed op. Wij zijn allemaal voor verhoging van de AOW-leeftijd en we zijn allemaal boos over Kopenhagen, maar we hebben niet het gevoel dat het uitmaakt wat wij vinden, zei een jongere onlangs tegen mij.

Zelf was ik ooit ook volstrekt overbodig. Dat was in de jaren tachtig. Maar dat gold alleen de arbeidsmarkt. Met een recordaantal werklozen en bezuiniging op bezuiniging waren alle banen voor wachtgelders. Maar sociaal en politiek waren wij broodnodig. We moesten de wereld verbeteren. Dat we daar niet voor betaald werden, verbaasde ons niks.

Individualisering heeft veel, voornamelijk positieve gezichten. Het is een enorme verworvenheid om niet meer bepaald te worden door de groep en de gemeenschap. Maar er zit ook de armoedige kant aan dat er geen dwingende verbanden zijn die je nodig hebben. Verbanden, waar je je desnoods alleen maar tegen afzet, zoals de babyboomgeneratie kon doen.

Dáár had de koningin het over moeten hebben. Hoe kun je je naaste lief hebben als je niet weet wat je voor hem of haar zou moeten betekenen? Je gaat als 18-jarige echt niet bij de buren langs. En als het toch moet gebeuren, doe je dat zeker niet als blijk van gemeenschapszin. De vraag naar moderne gemeenschappen, afgezien van uitgaan en internet, is ook voor jongeren actueel.

Natuurlijk, als je heel bijzonder gemotiveerd bent voor het milieu kun je vast wel iets doen, maar de samenleving moet niet afhangen van bijzonderheden. De samenleving moet zijn ingesteld op de gemiddelde, matige mens. Op degene die wel bereid is, maar niet bijzonder gedreven.

Een samenleving maken waarin jongeren net zo gemakkelijk in maatschappelijk betekenisvolle gemeenschappen en taken belanden als in Hyves of Facebook; dat is de kwestie als het over individualisering gaat in het Handvest Verantwoordelijk Burgerschap, dat het kabinet naar de Kamer heeft gestuurd.

Eén reactie »

  • De analyse: van een wij cultuur naar een ik cultuur.

    De saamhorigheid van onze vroegere wij cultuur was er omdat we waar we elkaar nodig hadden om welzijn en welvaart voor iedereen te realiseren. Daar uit blijkt dat er destijds een balans was in de mannelijke en de vrouwelijke kant van de mens. De bureaucratie stond ten dienste van de mensen, hun macht werd in balans gehouden a.g.v. de macht die onze saamhorige wij cultuur voorstelde.
    Toen we de welvaart bereikte, veranderde dit in een ik cultuur. Waar prestatie gericht denken en handelen om status te bereiken, m.a.w. de welvaart van het individu, als grootste goed gezien wordt. Waar fouten maken geen leer momenten zijn, maar afreken momenten.
    Dat welzijn hieraan ondergeschikt is geworden, komt omdat de vrouwelijke kant van de mens, waar het gaat om zorg en welzijn, gedomineerd wordt door de mannelijke kant, waar het gaat om prestatiegericht denken en handelen. Ma.w. het scoren, status bereiken, de korte termijn politiek.
    Onze maatschappij is in toenemende mate daarop gefocust geraakt, zo ook het onderwijs.

    Welzijn is heden ten dage vaak pas een item als er geld aan te verdienen is, of op het moment dat het te erg wordt, het de spuigaten uitloopt. De media aandacht bericht over die gevolgen, waardoor ze weer in staat zijn om kijkers en lezers aan zich te binden. Die wantoestanden worden door ‘’succesvolle’’ leiders dan zo geïnterpreteerd, dat zijn daar ook nog voordeel uit weten te putten.
    M.a.w.gevolgen bestrijden is voor hen een potentiële bron van voordeel, oorzaken bespreken kan de hun onkunde openbaar maken.

    Inmiddels staan de mensen ten dienste van de almaar machtiger wordende en niets ontziende bureaucratie, die a.g.v het ontbreken van de macht van de toenmalige wij cultuur, vrij spel heeft.
    Onze veronderstelling dat daar een ethisch besef of normen en waarden zouden gelden is een utopie gebleken, die hebben zij slechts wanneer het hen goed uit komt.
    Niets ontziend, omdat dat af te lezen is aan de manier waarop wij als welvarend land omgaan met zorg en onderwijs, met ons milieu etc.
    Dit zegt alles over de gevolgen van de dominantie van die mannelijke kant van de mens.
    De hieruit ontstane ‘’cultuurcrises’’ heeft al geleid tot een milieu en een financiële crises.

    De vraag voor onze kinderen die straks onze toekomst bepalen is, of we in staat zijn met z’n allen om het tij te keren, of dat we lijdzaam toe blijven kijken hoe het ‘’lijden’’ nog groter wordt.