Het kind als machientje deel 14
Ewald
Ik stap het schoolgebouw van ZMOK–school De Woestijnroos binnen en hoor de boze stem van mijn testassistent Gerben: “Ga je nu naar mij luisteren!” “Ja, meester,” klinkt het benauwd. Ik loop naar het trapgat en kijk naar boven. Daar hangt Ewald, 7 jaar, ondersteboven in het trapgat. Gerben heeft hem vast bij zijn enkels en laat hem zo bungelen. Gerben is duidelijk woedend. En Ewald is onder de indruk. Omdat Gerben linkshandig is — en zoals U weet maken linkshandige mensen aanzienlijk meer brokken — ben ik er toch niet helemaal gerust op, maar Ewald staat al weer op zijn benen en loopt aan het handje mee naar de testkamer.
Daar doet hij voor het eerst in zijn leven gewoon wat een onderzoeker van hem vraagt: goed kijken, goed luisteren en nadenken voor je wat zegt of doet. Dat resulteert in een gemiddeld I.Q. Dat was bij eerder onderzoek steeds op ‘licht verstandelijk gehandicapt niveau’ bij een — dat stond er meestal wel bij — oppositioneel ingestelde jongen. In het begin had hij ook bij Gerben alles geweigerd en hem zelfs in zijn gezicht gespuugd.
Zo moest ik eens Marijn voor onderzoek in zijn IOBK-groep ophalen op maandagmorgen. Hij was zeer chagrijnig volgens de juf. Had daar ook wel reden toe. Hij woonde in een kinderhuis maar was in het weekeinde bij vader geweest. Omdat Marijn aanhoudende kiespijn had en bleef zeuren, had vader met een tang uit zijn gereedschapskist een forse poging gedaan om de kies te verwijderen. Marijn liep wel mee voor onderzoek maar keek mij donker aan.
“Marijn,” zei ik, “jij hebt een slecht weekend gehad en ik voel mij vandaag ook niet echt goed. Jij doet je best om lief te zijn en je werkt lekker mee en ik geef jou dan vijf gulden. Kijk ik leg ze alvast hier neer. Zij zijn voor jou als het je lukt.” Ook dit resulteerde in een nooit vertoond gemiddeld I.Q.
Ik las in een overlegverslag over de criteria van Cluster 2 dat alle deelnemers aan het overleg: de groep Verhoeven en de mensen van de werkgroepen indicatiestelling het er over eens waren dat het er niet toe doet wie onze wetenschappelijk onderbouwde tests en toetsen afneemt. Zolang mensen zich maar aan de handleiding houden. Diagnostiek is niet relationeel dus, diagnostiek is een kwestie van op een neutrale manier de tests afnemen. Met empathie heeft diagnostiek niets te maken. Dat woord roept meewarige blikken op bij zgn. harde wetenschappers. Hoeveel jonge kinderen, Zmokkers, communicatief gehandicapten en andere wat minder doorsnee–kinderen zouden deze neutrale onderzoekers zelf gezien hebben, vraag je je dan af. In welke wereld leven zij?
Maar past U op. Als het zo verder gaat, leven wij straks allemaal in hun wereld. De onttoverde wereld van instrumentele rationaliteit en objectief en transparant geïndiceerde zorg en “paper work“, vooral veel paper work. En weinig context en weinig warmte en weinig empathie.
Wat er dan echt van zorg terecht komt, hangt af van allerlei toevallige, menselijke factoren die wij zorgvuldig verwijderd hebben uit ons wetenschappelijk blikveld. Omdat wij onszelf zo graag wijs willen maken dat wij het goed geregeld hebben, dat alles onder controle is, dat wij het beheersen. Om die illusie te blijven koesteren, moeten wij ons blind en doof houden voor waar het eigenlijk om gaat.
Deel 15 op 15-4-2010


